maandag 20 juli 2015

2 juli 2015 - Virton - Torgny - Rouvroy

De scholen zijn voorbij en het gevolg daarvan is dat er vakantie gevierd mag gaan worden. Niet voor bijster lang toch, want al spoedig moet er weer aan de slag gegaan worden. Toch, voor dat moment aankomt, moet er wel goed genoten worden van de vakantie en de wijze waarop bestond uit een rondreis van meerdere dagen. De vijfdaagse rondreis vindt zijn kern in Luxemburg, maar dag 1 begon in België en ik bleef daar grotendeels.

Ik vertrok op de eerste dag richting de Gaumestreek. Een Belgisch wandelblog heeft mij geïnspireerd om deze streek aan te doen (net als de auteur van die blog deed ik dat met het OV) en precies omdat ik naar Luxemburg ging en ik mij het in het grensgebied bevond, was het een aanlokkelijke bestemming, alhoewel ik de hoge temperaturen toch wel zou omruilen voor iets koeler weer.

De foto's vind je HIER, alhoewel ze tegenwoordig ook op Flickr staan, maar hieronder staan er alvast een paar:

De loop van de Chiers aan de Franse grens
Torgny, met vrolijke bloempjes langs de verzorgde straatjes.

De route

De route is erg bijzonder naar mijn ervaring, omdat het een feit is dat men sneller vanuit Amsterdam in Parijs of zelfs met de directe intercity in Berlijn (!) aankomt, dan in het zuiden van België, in dit geval dan ten hoogte van Torgny. Het beloofde een hele lange rit te worden, en al zou ik heel vroeg vertrekken vanuit huis (om enkele minuten voor half 7), dan zou ik pas vlak vóór 1 uur aankomen in Virton. Vanaf daar moet ik dan nog altijd naar Torgny met een bus die er niet is omdat de laatste bus van de dag al om half 12 vertrokken is vanuit het busstation van Virton. Dat busstation is overigens niet naar Virton vernoemd, maar naar het aanliggende dorpje Saint-Mard. Met andere woorden, het is onmogelijk om vanuit Amsterdam in Torgny te komen in één dag met het OV. Om toch in één van les Beaux Villages de Wallonie te komen, zal ik dus twee dagen moeten reizen, waarbij ik zo vroeg mogelijk in Virton moet zien aan te komen. De eerste trein van de dag vanuit Maastricht naar Luik en verder zou ik nog genomen kunnen hebben - dan zou ik met meer dan een half uur wachttijd in Virton de laatste bus van de dag kunnen halen van half twaalf. Na aankomst zou ik zo'n twee en een half uur hebben om daar in Torgny in omgeving te vertoeven, om dan wat na 2 uur de laatste bus van de dag richting Virton terug te nemen. Ik neem echter geen genoegen met deze optie, omdat ik een route gepland heb die langer zal gaan duren dan deze twee en een half uur.

Ik wil best wel eens avonturen en uitdagingen aangaan en mijn oplossing voor dit 'probleem' was om de eerste bus van de dag vlak na de grens met België in Visé (Wezet in Nederlands) te nemen, waarna ik al om iets vóór 10 uur in Torgny aan kon komen. Daarvoor zou ik wel in Visé aan moeten komen rond 5 uur 's nachts en dat doel volbracht ik door simpelweg zo zuidelijk mogelijk in Nederland te komen, met een zo laat mogelijke aankomsttijd. De intercity (treinnummer 879) naar Maastricht werd mijn trein en de bus daarna werd bus 8 van Maastricht naar Eijsden, met uiteindelijk een aankomsttijd van kwart over 12 's nachts. Ik overbrugde vanuit Eijsden de afstand van bijna acht kilometer richting Visé. Die route werd nog langer omdat ik vroeger aankwam dan ik oorspronkelijk gedacht had: rond 2 uur. De tijd had ik geschat op basis van een loopsnelheid van 1 meter per seconde, met nog wat uitloop door een kijkje te nemen langs de Maas bij Eijsden en het kopen van een kaartje van Visé naar Maastricht (aan de automaten bij station Visé, omdat de automaten van de NS geen reizen toelaat vanuit België) voor wanneer ik weer terug naar huis zou gaan. Ik liep verder om de tijd te doden tot aan Cheratte (om zo ook nog eens als een bonus het next-tarief (korte afstand) voor de bus mee te kunnen pikken in plaats van een langeafstandstarief (horizon) en daarmee had ik in de nacht onder begeleiding van de maan die vlak boven Luik zweefde zo'n vijftien kilometer in totaal afgelegd.

Eenmaal in de Gaumestreek zou ik lopen van Torgny naar Rouvroy, langs Montquintin, maar het warme weer deed mijn zin in een beklimming van de heuvel naar Montquintin de das om, zodoende kwam ik tot Rouvroy. De tocht die ik daadwerkelijk gemaakt heb zou toch al acht kilometer zijn. Na die route besloot ik om vanaf Athus naar Rodange te lopen, zodat ik het grensbord met Luxemburg ook kon vastleggen. Bij wijze van unicum ben ik deze dag langer dan 24 uur onderweg geweest, maar ja, ik ben nog jong, zou je dan kunnen zeggen...

De reis zelf

Wat ik allemaal zou kunnen vertellen aan wat ik beleefde zou je kunnen samenvatten in één grote beleving, óf belevenis (welke van de twee woorden zal het worden?), want ja, welke gek gaat er nu midden in de nacht een lange wandeling maken om vroeger aan te komen bij zijn eindbestemming? Had ik niet gewoon een hotel ergens kunnen nemen in de buurt van waar ik naartoe moest? Dat had ik kunnen doen, maar dat zou niet alleen duurder geweest zijn (ik ben ook maar een arme student...), maar ook zou dat niet echt iets geweest kunnen zijn waar ik wat over kon schrijven, vertellen en tonen (kijk eens naar wat ik tot nu toe al geschreven heb hier!).

Gedurende de weg richting het uiterste zuiden van het land alwaar Eijsden ligt (ik ben daar al tweemaal geweest eigenlijk en de buurt begint stilaan lichtjes bekend te raken) was de volle maan al duidelijk zichtbaar. Naar mate het duister de overhand kreeg en een groepje zwartrijders de trein uitgezet werden te Weert, was bij aankomst in Maastricht toch nog een verrassing aanwezig omdat er zowaar een kaartenautomaat van de NMBS in Maastricht stond. Ik heb die tot nu toe niet kunnen vinden in Roosendaal, zou het dan toch?

De bus naar Eijsden was een bekend model (voor die regio) met drie paar deuren en een airco die op volle toeren draaide, waardoor het zelfs koud werd tijdens de rit. Koud was het alleszins niet tijdens de nacht, met een aangename, warme temperatuur die zeker niet heet te noemen was. Het is eigenlijk wel aangenaam om zo in het donker rond te lopen, door de verlaten straten, in de stilte en rust, terwijl nabij de Maas de kikkers, krekels en ganzen luid van zich lieten horen. Na eenmaal Eijsden verlaten te hebben liep ik langs de platte wijnvelden en in de buurt van de A2 ook nog eens langs de sluis aan de Maas waarbij ik de hele route lang meer dan veertig spinnenwebben stukgelopen heb. Het is werkelijk het hoogseizoen van die beesten, zeker? De meesten hingen langs een fietspad die de sluis en het stuk Nederland waar ik vandaan kwam verbond met Visé.

Het fietspad liep langs de snelweg die intussen overgegaan is naar de A25 in Belgische termen. Wel, ondanks dat er geen lantaarnpalen te vinden waren op dit fietspad en het bijna helemaal volgegroeid is met allerlei struiken, gaf de volle maan recht boven en voor mij voldoende licht om alles nog te kunnen zien en vinden. Ik voelde mij één van die drie koningen die een ster volgden om zo bij de kribbe van Jezus aan te komen, want die maan hing ook nog eens boven Luik en dáár moest ik uiteindelijk toch naar toe!

Volle maan boven het fietspad

Eenmaal bij het verlaten van Visé raak ik zo langs een weg die langs de spoorlijn en de snelweg loopt: een mengsel van waardevolle huizen en povere huizen, het zag er toch allemaal even pover uit. De huizen zagen er allemaal afzijdig uit, niets nodigde uit, met de aanwezigheid van rolluiken, maar ja, het is duister, wat wil je. Halverwege kwam ik een bushalte tegen met een typisch Belgische 'bunker' (betonnen wachthok, volgens dit model) en daar besloot ik te zitten om er wat te eten. Het is een hevig gevandaliseerd hok met veel afval eromheen, vol bekliederd met tekeningen en teksten, variërend van "La Belgique aux Belges" tot hakenkruizen met de haken naar links in plaats van rechts en de alom bekende liefdesteksten. Náást het hokje, bij het verlaten ervan, kwam ik een groot Jezusbeeld tegen die geplaatst werd in een inham van de rots waar het bushokje tegen aan stond. Zou ik dan tóch door bovennatuurlijke krachten met die volle maan en de gedachten naar het alom bekende Bijbelverhaal naar de Heere geleid zijn? Wie zal het zeggen, ik kon in ieder geval weer met een gevulde maag weer de duisternis tegemoet.

Alleen is er geen sprake van een kribbe. Wel van een abri...

De eerste bus van de dag van lijn 140 kwam op tijd aan, nog bij het ochtendgloren, het rechtstreeks meemaken van de zonsopgang en de geleidelijke verlichting van de lucht en alles daaronder aan 's lands zijde. De vogels waren al wakker rond vier uur en ik vraag me af hoe het toch kan dat ze al ontwaken en beginnen te zingen rond dat tijdstip, terwijl er nauwelijks licht te bespeuren valt op de lichtvervuiling van de grote streden na. Het 'monteren' lukt en ik kan zitten in een bus met een motor die veel lawaai maakt (hoewel het een modern model is).

De bus komt na een ritje langs de Maas aan in Luik. meerdere malen steekt de bus de Maas over en eigenlijk, ondanks dat het er typisch industrieel-Belgisch uitziet met de niet uitnodigde, grauwe doch kleurrijke, variërende gebouwen, is het toch een mooie stad. Dat zeg ik niet vaak, maar vooral ook omdat Luik vaak afgedaan wordt als lelijkste stad van Europa (volgens de NOS) en één-na-lelijkste volgens de Volkskrantlezers (nummer één ging naar Charleroi, komt bekend voor zeker?) en als een groot publiek iets vindt, dan moet er ook een kern van waarheid inzitten (zou je denken). Gewoonweg eens rondtourend in de vroege ochtend in deze bus geeft het dat Luik het er uitziet als veel andere steden in België (al dan niet met een rivier). Het is niet prachtig, en misschien kun je concluderen dat België (vooral Wallonië) over het algemeen dan geen aantrekkelijke uitstraling heeft met betrekking tot de gemiddelde bouwstijlen in de steden en dorpen die zijn gaan groeien tijdens de bloei van de industriële revolutie en de deplorabele staat van de infrastructuur (dat laatste kan ik hoe dan ook bevestigen). Ook al is het een dorpje in Henegouwen tussen Tournai en Moeskroen waar een drukke provinciale weg dwars doorheen loopt of een andere dubbelbaanse weg die loopt langs een plots eindpunt van een tramlijn in Anderlues nabij Charleroi: het ziet er in beide gevallen somber, treurig en soms (bijna) vervallen uit. Dan zijn Luik of Charleroi heus niet geheel uniek. Toch, iedereen die deze steden lelijk vindt maar heel het land doorkruisen en zelfs de gemiddelde dorpjes aandoen zoals ik gedaan heb, moeten kunnen concluderen dat Luik in verhouding tot een breed scala van deze plaatsen best mooi is.

Enfin, België is niet enkel en alleen een sobere bedoeling zoals ik dat misschien lijk te beschrijven, anders zou ik er niet vaak naartoe gaan. Qua plaatsen om te bezoeken gaat mijn voorkeur nog altijd uit naar wat armere plekken dan een doodsaaie steriele nieuwbouwwijk, toegegeven. Er is genoeg te vinden in België dat vrolijk maakt (los van het sarcasme bij enkele toestanden waarin bushokjes en gebouwen zich soms verkeren...). Terug naar Luik weer, naar het gigantische contrast met de rest van alles wat ik tegengekomen ben deze ochtend: het grote Guilleminsstation. Het ligt er zowaar rustig bij rond dit tijdstip. Ik probeer daar het Go-Unlimited reisproduct (onbeperkt reizen in de maand juli) aan mijn Mobib-kaart (equivalent van de OV-chipkaart in Nederland) van de TEC (de Waalse busmaatschappij) te koppelen en dat mislukt omdat de kaart niet bekend is bij de NMBS. Dit is raar, want in Visé probeerde ik precies hetzelfde zonder succes. Ik beweeg me naar het loket om daar de kaart te laten koppelen, maar het service center is gesloten en deze gaat pas om 6 uur open. Lichte onrust rijst daar omdat de stoptrein die ik moet hebben naar Marloie (L5555, noemenswaardig treinnummer, da's toch wat anders dan Giro 555) om 06:14 vertrekt en er staat al een groepje mensen die ook de loketten nodig hebben. Sommigen hebben ook nog eens geen idee waar de kaartenautomaten staan (ik initieel ook niet) maar het blijkt dat ze toch aan de kant van de hoofdingang aan de zijkanten weggemoffeld zijn (ze staan ook boven aan de uiteinden van de loopbruggen). De balie gaat stipt open en ik kom na twee mensen toch vlot aan de beurt en ik kan mij zo naar de aanrijdende Desiro begeven. Ik hoopte stiekem op een klassiek motorstel, maar nee, ik moet het met een trein doen waarin het loopstuk tussen de rijtuigen in hevig en luidruchtig aan het kletteren is bij het opgaan van wissels en andere oneffenheden. Ik ben weer een tijdje wakker.

Deze man nam het er nog even van in de vroege ochtend te Luik-Guillemins.

De route Luik-Guillemins - Marloie is een mooie, vooral in een zo goed als lege trein: het passeert niet alleen Barvaux (waar ik nog gekampeerd heb, op loopafstand van het stadje Durbuy), maar deze loopt over het algemeen vooral door een heuvelachtig landschap, precies het dal doorkruisend, langs alle bomen en de riviertjes die zo daarlangs stromen. Ja, de Ardennen kunnen wij nauwelijks evenaren met onze 'luttele' Veluwe qua natuurspectaculariteit (woord van de dag bij dezen).

Eenmaal in Marloie wordt het wachten op de intercity (treinnummer IC2105) naar Luxemburg, die goed vol zit (de enige coupé die helemaal leeg was werd de mijne, om daar vrijelijk mezelf in te kunnen smeren voor tegen de zon) en in Libramont, het station meteen na Marloie, stapte ik weer over op de stoptrein (de trein die eens om de twee uur rijdt... verschrikkelijk. Treinnummer: L5958) naar Virton.

Het perron lag deels open in Virton, zodat de helft van de deuren van de L-trein niet opende. Dat had toch ook anders gekund, bijvoorbeeld door iets verder vooruit te rijden zodat alles wel open kon, maar ja, aankondigingen daarvoor bestaan schijnbaar niet. Ik moest iets meer dan een half uur wachten op de bus en in de tussentijd ging ik Virton in. Daar kwam ik een prachtig kerkje tegen die met een heus driehoekig timpaan en ionische zuilen er wel erg Romeins deed uitzien in een Mediterraans jasje. Die liet zich - ondanks de parkeerplaats ervoor en een ongelukkig geparkeerde auto (die haast vloekte met de gele, 'Mediterraanse' bouwstijl) - goed fotograferen.

Na de twee-uurskadans van de trein kwam daar het scenario van de drie-bussen-per-dag-tijdens-de-vakantieperiode met inderdaad de bus naar Torgny die al vóór 12 uur 's middags niet meer rijdt. Het is bus 155a (er bestaat ook nog een bus 155b die vanaf Marbehan naar Virton rijdt, die had ik ook kunnen nemen, want deze IC naar Luxemburg stopte na Libramont daarzo en de bus zou me een aansluiting geven voor precies dezelfde bus die ik nu nam naar Torgny) in de vorm van een heuse autocar die op de lijnfilm (net als in de papieren dienstregelingen aan de bushalte) als eindbestemming Montmédy (Frankrijk) pretendeert te hebben. Ik las online op infotec.be al dat deze hooguit éénmaal naar Montmédy rijdt, en wel om 4 uur vanuit Virton, dus zou het dan toch nog? Zou het internet liegen? Neen, ik vroeg het nog aan de chauffeuse of dat het geval was, maar nee, Torgny was de eindbestemming. Ik mocht nog een fotootje maken van de bus en zo kon ik gaan wandelen.

Bus 155a staat gereed voor terugkeer, maar eerst nog even de vertrektijd afwachten...

Op de route van bus 155a richting Torgny zag ik al dorpjes die bijna tot de verbeelding spreken in vergelijking met andere dorpen binnen België en vooral in Torgny doemde de gedachte op: "Ben ik in Frankrijk?" Wel, bijna, want het ligt aan de Franse grens - het is ook het meest zuidelijke dorp van België, dus wat wil je nog meer! Volledig omringd door de heuvels van zowel binnen België als Frankrijk lag daar een verzameling aan schilderachtige huisjes. Als Van Gogh hier was geweest, zou dit dorp nu vol zitten met Chinezen, Japanners en meer van dat soort volk dat ook te vinden is aan de Zaanse Schans. Jezusbeeld-tussen-Visé-en-Cheratte-in-dank is dat hier niet het geval. Ik heb geen toerist gezien en dat maakt de vrede compleet.

Het dorpje en de directe omgeving hebben te maken met een microklimaat omwille van de ligging en dit microklimaat heeft haar invloed ook vandaag weer op de temperaturen: meer dan dertig graden en ik ben al vlot door mijn water heen, maar dat zal ik wel in een winkeltje tevoorschijn halen dacht ik zo - als ik er tenminste één vinden kan, desnoods elders. Een man is met dit weer zijn auto aan het herspuiten is en ik vertel hem een anekdote van diezelfde Belgische blog die ik aan het begin al noemde, maar dan in het Frans, dat alle Belgen eerst maar eens naar Torgny moeten alvorens zij naar buitenlandse oorden mogen vertrekken. Dat maakte dat de vrouw er ook bijkwam en zo kwam er een gesprek tot stand. Ik werd vermoed een Engelse toerist te zijn, maar nee, ik ben toch echt Nederlands en de vrouw sprak zelf ook Nederlands (zelf vond ze het gebrekkig maar het was bovengemiddeld goed voor de gemiddelde bewoner in Franstalig België!). Het gesprek werd een wisselwerk tussen Nederlands en Frans in en ik kon aldaar uiteindelijk mijn flessen water direct uit de kraan hervullen. Ik was verrast dat het water uit de kraan te drinken was, want elders in het land, voornamelijk de stedelijke gebieden is het eenvoudigweg niet te drinken, maar toegegeven, het dorp ligt aan een riviertje, in de landerijen en dan is de kans wel groter dat er schoon drinkwater aanwezig is (in Zandvoort komt immers bijna alles uit de Waterleidingduinen). Nog verrassender werd ik toen de vrouw toegaf dat deze temperaturen veel te hoog zijn en dat zou ik toch óók niet verwachten, al helemaal niet van een inwoner aldaar, die toch gewend moet zijn aan hoge temperaturen in de zomer. De wonderen (en de verwondering!) zijn de wereld nog niet uit, zal 'k maar zeggen.

Voorwaarts en op weg naar het noorden, langs een weg met een prachtig uitzicht op het dal en in de verte een blik op de citadel van Montmédy (Frankrijk). De temperatuur werd iets te veel en een bankje was daarmee welkom, al stond het bankje op de afdaling nar Lamorteau precies voor een verzameling struiken, zodat ik vanaf daar weinig van het uitzicht meekreeg. Lamorteau is een apart dorpje: het ziet er bijna hetzelfde uit als Torgny en Virton qua bouwstijlen, met als uitzondering dat Torgny niet aan een provinciale weg ligt. Wat Lamorteau apart maakt is dat er nog een restant te vinden is van een oude spoorlijn die daar gelopen heeft (hoe toepasselijk dan ook lijn 155 m.b.t. de buslijn, een kwestie van verbussing) en een goed onderhouden stationsgebouw, al is de laag grint ervoor nu wel zoiets dat mij doet bevragen of ze daar niet wat anders - lees: mooiers - voor hebben kunnen verzinnen, maar nog aparter, en in deze context dan ook maar direct markanter, is dat er gewoon kerstverlichting hangt. Kerstverlichting! Midden in de zomer, beeld je dat eens voor! Die verlichting met de sterretjesvormen en de arrenslee onder een sterrenlucht is onmiskenbaar. Wie weet laten ze het er gewoon hangen omdat ze A te lui zijn om het weg te halen, B vinden dat het te duur is om het elk jaar weg te halen en weer te plaatsen rond Kerst of C omdat ze vinden dat het gewoon te warm is vandaag voor dat soort zinloze klussen. Ik aanvaard C als een legitiem antwoord en ik loop verder over een anderhalve kilometer aan doodsaai stuk weg, want ja, ik heb nog genoeg water en ik wil meer zien van de omgeving.

Dat is toch echt een arrenslee...

Ik kom tot stilstand in Rouvroy en daar staat een bedekt houten bushokje in de schaduw. Perfect, kan ik daar even rusten. Daar bleef ik ook nog een tijdje toen er een groepje bejaarden opeens ook naar het hokje kwamen. Die zullen net als ik ook de laatste bus van de dag nemen zeker? Nee, het blijkt een begrafenis te zijn, want aan bushalte Cimetière ligt inderdaad een begraafplaats. Een politieauto komt er speciaal naartoe gereden en de burgemeester (met onmiskenbare sjerp) komt ook een kijkje nemen - er gebeurt zeker niet veel in dat dorpje, is mijn conclusie... tijdens deze kleine ceremonie kwam er een andere bejaarde naar het hokje en wij raakten aan de babbel (met mijn gebrekkige Frans) over het leven, respect en andere zaken daaromtrent waarvan ik de helft daadwerkelijk begreep. Tu comprends? begreep ik in ieder geval wel, gelukkig.

Anderhalf uur ging voorbij en dat gesprek duurde daarmee toch best wel lang met drie kwartier aaneen praten...de bus kwam en tijd voor afscheid. Terug naar Virton en zo nam ik van daaruit bus 19 naar Aarlen. Ik zag voor het station van Virton nog een groep, bestaande uit twee mannen en een vrouw in een rolstoel die wel redelijk gewaagd gekleed was, langs mij lopen aan de bushalte. Eenmaal in de bus (die vertraagd was) kwam ik later aan het centrum datzelfde koppel weer tegen die deze bus moesten hebben. De vrouw waggelde zelf de bus in, maar los van het überhaupt kunnen waggelen ging dat niet van harte. Ze verlieten de bus weer aan een ogenschijnlijk nutteloze bushalte aan een weg met verder geen huizen, maar bij het vertrekken spotte ik daar vlak naast een heuse circustent. Dat verklaart ook maar eens direct het waggelen en de rolstoel denk ik zo...

In Aarlen kon ik 50 minuten gaan wachten op P8615 (een heuse spitstrein om er een soort-van uurdienst van te maken) en in de tussentijd komt daar wat interessants langs: de IC naar Bazel, Zwitserland. Het zijn enkel Belgische I10 intercityrijtuigen die de trein doet vormen, geen Zwitserse of wat dan ook. Ook kwam ik nog P8666 tegen, over nog een merkwaardig treinnummer gesproken...

De laatste trein voor mijn eerste dag te Aarlen.

De spitstrein naar Libramont kwam op tijd aan en bij Athus ging ik lopen. Er is geen voetgangersbrug of -tunnel om daarmee het eilandperron te kunnen verlaten, ondanks dat er een voetgangersbrug aanwezig was, al was deze enkel maar in dienst om over alle sporen een voetgangersverbinding te creëren. Het perron bestond eigenlijk alleen maar uit een laagje grint, gewoon een pauperstation dus, en oversteken moest maar over de sporen. Het stationsgebouw is volledig dichtgetimmerd en dichtgemetseld om er nog maar eens een schepje bovenop de toestand van dit station te doen. Interessanter is dat de trein naar Luxemburg van de Luxemburgse spoorwegen (de CFL) zelf daar al gereed stond voor vertrek. Het blijft eigenaardig: deze trein doet Athus eens om het half uur aan terwijl de NMBS hier koppig een formele eens-in-de-twee-uurdienstregeling aanhoudt. Het is bijna van de gekken te noemen hoe die twee werelden zo dicht uit elkaar staan, ondanks dat ze dezelfde taal spreken en praktisch naast elkaar liggen!

Het laatste stukje lopen ging van Athus naar Rodange in Luxemburg en daar kwam ik wel aan, al was ik wel redelijk stuk na zo'n dagje. De dienstregeling op dat moment ook zeker, want alle treinen waren minstens tien minuten vertraagd. Ik nam in Rodange de trein die een enorme omweg maakte langs Differdange en Esch-sur-Alzette in plaats van dat ik de route nam die de intercity vanuit Brussel naar Luxemburg ook genomen zou hebben, maar ik besloot willekeurig te zijn en maar eens de eerste trein te nemen in die richting die ik kon vinden.

Bij aankomst was Luxemburg stad een grote hectische toestand die mij geenszins beviel. Ik ging daar en moest ook daar iets eten en ik vond daar een Quick die me wel bekend in de oren klonk. Lekker simpel zo, en zo kon ik met een gevulde maag naar de overnachtingsplek in Hollenfels, na een bus in Mersch genomen te hebben die een erg mooie route heeft langs de randen van de heuvels die toch flinke rijmanskunsten vereisen. De slaap liet niet lang op zich wachten die avond.

Wat ik geleerd heb

Lopen in de nacht is best aangenaam. Dat kan ik vaker doen om het mom van 'dagkaart' nog eens verder uit te rekken, maar te vaak hoeft dat nu ook weer niet. Ook: er zijn Zuid-Belgen die Nederlands spreken. Bij warm weer kan een heuvel nog wel, maar een tweede kan hoe dan ook niet... ook: geloof nooit blind de lijnfilm van een bus van de TEC. Ontcijfer altijd eerst thuis de dienstregeling van de bussen daar (zoals ik dat gelukkig ook tot in detail gedaan heb), alvorens erop uit te gaan. Ten slotte: hoezo ze spreken ook Duits in Luxemburg?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten