zaterdag 16 juni 2018

7-8 april 2018 - Brugge, Oud-Stuivekenskerke, Diksmuide, Ieper, Veurne, Vlaamse kust

Soms heb je van die momenten waarop je gewoon ergens naartoe wilt. Die momenten, waarop je eigenlijk al maanden van tevoren op zoek bent naar plekken waar je naartoe zou kunnen gaan zijn eigenlijk al meteen verloren moeite als je pas in alle twijfel een week van tevoren besluit dat je ook echt gaat, want dan zijn alle goede deals immers al pleite.

Naast ietwat verre oorden hou ik vooral de buurlanden regelmatig in de gaten en ik ontdek zo dat het krokusvakantie is in België, en dat duurt wel twee weken. Gedurende deze vakantieperiode behaagt het de NMBS om de Go-Unlimited te verlossen van de disabled-property: vrijheid om te reizen, een week lang, en dat voor 15 euro. Dat zijn de dingen die mij aanlokken en om dan ook nog perfect weer in het vooruitzicht te hebben en te constateren dat het 2018 is, 100 jaar na de afloop van de Eerste Wereldoorlog, is dit des te meer reden om Vlaanderen maar weer ‘ns aan te doen. Ondanks dat ik alles een week van tevoren regel, is binnen gebieden waar ik nog graag naartoe zou willen her en der nog wel wat behapbaars te boeken.

Foto's van dit alles staan hier (de eerste dagen) en hier (laatste dag). Enkele foto's hieronder alvast. Brugge, België Dodengang, Diksmuide, België Diksmuide, België

Het reisplan

17:07 Amsterdam Centraal ICD Breda
17:49 Rotterdam Centraal NS, controles: 0
18:09 Rotterdam Centraal IC Brussel
18:47 Roosendaal NS, controles: 0
18:52 Roosendaal L Puurs
18:59 Essen NMBS, controles: 0
19:19 Essen IC Charleroi-Sud
19:52 Antwerpen-Centraal NMBS, controles: 0
20:06 Antwerpen-Centraal IC Oostende
21:35 +20 Brugge NMBS, controles: 1
overnachting
10:09 O.L.V. Kerk, Brugge [6] St. Kruis
10:15 Kruispoort, Brugge De Lijn
lopen
13:05 Brugge IC Brussels Airport
13:25 Lichtervelde NMBS, controles: 1
13:32 Lichtervelde IC De Panne
13:47 Diksmuide NMBS, controles: 1
14:15 +5 Station Diksmuide [49] Belbus
14:25 +5 Oud Stuivekenskerke, Stuivekenskerke De Lijn
lopen
17:20 Station Diksmuide [20] Ieper Station
18:05 Markt Ieper De Lijn
lopen
21:16 Ieper IC Deinze
21:50 Kortrijk NMBS, controles: 1
overnachting
09:10 Kortrijk IC Poperinge
09:43 Ieper NMBS, controles: 1
lopen
13:12 Station Ieper [50] Veurne
13:52 Lindendreef Veurne De Lijn
lopen
15:12 Station Veurne [69] Oostende
16:01 Monument Albert Nieuwpoort De Lijn
lopen
17:17 Stad Nieuwpoort [0] Oostende
17:54 Marie Joséplein Oostende Kusttram De Lijn
lopen
18:42 Eupen IC Kortrijk
19:20 +4 Gent-Sint-Pieters NMBS, controles: 0
19:27 Gent-Sint-Pieters IC Antwerpen
20:17 Antwerpen-Berchem NMBS, contoles: 1
20:37 Antwerpen-Berchem IC Schiphol Airport
21:11 Roosendaal NS, controles: 0
21:31 Roosendaal IC Amsterdam
23:09 Haarlem NS, controles: 1
23:16 Haarlem SP Zandvoort aan Zee
23:26 Zandvoort aan Zee NS, controles: 0

Verloop van de reis

6 april

Ondanks dat deze periode een bron aan feestdagen is, is er nu geen verlengd weekend met een “brugfeestdag”, dus dat houdt in dat ik direct vanuit mijn werk op de trein moet. We krijgen allemaal toestemming om iets eerder weg te mogen vanwege het goede weer, en een half uur vóór de oorspronkelijke “sluitingstijd” maak ik daar dankbaar gebruik van. Ik heb voor het eerst op de vertrektijden gezien van Amsterdam Centraal dat er een Eurostar vertrekt om 16:48 en die wil ik stiekem wel zien. Binnen de drie minuten vóór vertrek trof ik ‘m aan met personeel aan iedere deur. De verbinding is eigenlijk nog hartstikke nieuw, waarbij niet iedere reisplanner deze trein als Eurostar (als zodanig) aanduidt, maar ook niet als trein met een verplichte reservering, terwijl dat wel degelijk het geval is. Het zal wel, ik zal deze trein in ieder geval niet nemen. Ik neem de Intercity Direct naar Rotterdam Centraal en dat is een trein met toeslag, vooral tijdens de spits. Ik moet naar Essen toe (in België, net over de grens) en ik koop een kaartje Amsterdam-Centraal – Essen tegen 100% korting in Nederland (binnen Nederland heb ik immers een abonnement), wat inhoudt dat ik €1,40 betaal voor dit kaartje. Voor reizen naar België is reizen per Intercity Direct toegestaan zonder de extra aanschaf van een toeslag: deze toeslag is bij het kaartje immers inbegrepen. Ergens vind ik het toch wel knap, €1,40 betalen voor een ritje Amsterdam-Essen inclusief Intercity Direct terwijl de losse toeslag €2,10 bedraagt. Begrijpe wie begrijpen kan, maar zo geschiedde, ik raak zonder problemen in Rotterdam (ik ben überhaupt niet gecontroleerd, de trein zat gewoon vol met staand volk op de gangen) en ik heb voldoende aansluiting op de IC naar Brussel met zo’n 18 minuten.

Ik had oorspronkelijk de Intercity Direct van een kwartier later in gedachten in het geval dat ik wel degelijk om 17:00 het werk pas kon verlaten, maar dat ik eerder ben weggegaan heeft voor mij goed uitgepakt. Op Rotterdam Centraal vertrekt een Thalys naar Parijs met +5, vanaf het perron waarop de Intercity Direct die ik eigenlijk zou moeten nemen, zal aankomen. Ik zie in de lichte vertraging van de Thalys initieel niet zoveel kwaads of engs in, maar dat komt nog wel vanaf het moment dat de IC Brussel aan komt rijden, terwijl de Thalys nog aan het perron staat en moet vertrekken. De IC Brussel heeft een lange planmatige wachttijd in Rotterdam en tijdens die tien minuten dat deze trein stilstaat zie ik op mijn telefoon dat mijn oorspronkelijke Intercity Direct met +7 aan zal komen en dat is gewoon te laat. Zodra de IC Brussel waar ik dan al inzit vertrekt, is die ‘aansluitende trein’ nog niet aangekomen. Ik zou keihard de pisang geweest zijn als ik in de andere trein gezeten had. Zegeningen met de engeltjes op mijn schouder die mij behoeden voor situaties als deze, want dat zou betekenen dat ik niet tijdig op mijn verblijfadres zou kunnen aankomen met de check-intijd in het achterhoofd. Het zijn risico’s en ervaring met het OV komt met de jaren! Ik weet niet wat ik ervan moet denken: óf je moet zo paranoïde als de neten zijn om een plan B, C én D voor alles te hebben om het OV te kunnen overleven, of je zou in alle naïviteit maar kunnen hopen dat alles goed loopt. Ik ben, vrees ik, toch eerder tot het eerste type aan het verworden en ergens is dat jammer. Hoe dan ook: ik ben in ieder geval in de IC Brussel, en ik kom in stipt in Roosendaal aan.

NS International E 186 009, Station Essen (B)

Ik rijd niet verder met de IC Brussel België in: ik stap binnen de vijf minuten die ik heb over op het stoptreintje naar Puurs, die rijdt via Essen en Antwerpen. Ik verlaat het stoptreintje in Essen, het eerste station net over de grens, zoals mijn kaartje dat vertelt. Ik verblijf daar niet, maar ik stap daar weer over op een intercity naar Antwerpen. Het stoptreintje gaat ook naar Antwerpen, maar de intercity is wel comfortabeler materieel om te nemen, en het komt slechts enkele minuten later in Antwerpen aan. Daarbij rijdt de trein ook nog eens verder naar Brussel en Charleroi, maar daar heb ik in ieder geval nu niets aan. Waarom ik dan wel in Essen ben, is omdat ik aan de kaartautomaat op dat station het Go-Unlimited-reisproduct moet laten op mijn Mobib – de Belgische OV-Chipkaart – en ondanks dat Roosendaal ook een NMBS-kaartenautomaat heeft, is het een uitgeklede versie, waardoor het merendeel van de producten niet verkocht wordt dat op alle andere automaten in België wel verkocht wordt. Daarbij, Go-Unlimited is enkel geldig binnen België. Ik heb een kwartier om het product op de kaart te laden, dus dat is goed te doen. De aansluiting in Antwerpen-Centraal naar Brugge is ook meer dan 15 minuten, dus haast is er in ieder geval niet bij.

Ik probeer in Antwerpen-Centraal tijdens die overstaptijd een driedagenpas van De Lijn aan de kaartautomaat te kopen op de ondergrondse perrons van de premetro, maar dat lukt niet omdat het ding alleen maar contant geld eet, en gepast contant geld heb ik niet. Dat zal dus niet in mijn voordeel werken, dus dan maar naar spoor 1 om daar de directe trein naar Brugge en Oostende te nemen. Het is een lange rit, van ongeveer anderhalf uur, met gevoelsmatig net even teveel haltes onderweg. In de trein zit een ‘kneus’, zoals er wel vaker ‘kneuzen’ in de trein zitten, maar in het bijzonder is deze figuur ‘de kneus’ aan boord waar iedereen het over zal hebben. Het is een gast met dreadlocks en rastakledij en hij valt een paar reizigers wat lastig. Niemand lijkt er echt erg in te hebben, maar als je denkt dat ‘ie klaar is met zijn fratsen, komt ‘ie nadat ‘ie weggelopen is, later gewoon weer aansukkelen om verder te gaan met waar ‘ie gebleven is. Het ziet er ergens wat onschuldig uit, maar je zou maar een rustige reis voor ogen hebben. Met mij doet hij niets, overigens.

Ter hoogte van Melsele komt er een melding binnen: we staan stil omwille van personen die op de sporen gesignaleerd zijn. Het zal weer eens niet zo zijn in België. Tussen Sint-Niklaas en Gent-Dampoort nog wel, maar daar zijn we nog niet. We krijgen twee keer dezelfde melding, met de nuance dat we ‘nog steeds’ stilstaan, om daarna, als we weer eenmaal rijden, in detail te horen krijgen dat we traag gaan rijden voor een afstand van anderhalve kilometer. Geruststellend, maar niet heus. De minuten hopen zich op, en de trein komt aan met 20 minuten vertraging in Brugge. Het is intussen 10 uur in de avond. Tijd om in te checken bij het hostel, waar overigens niemand Nederlands spreekt.

7 april

De dag begint met een wandeling in het centrum van Brugge. Het is bijna vijf jaar geleden dat ik hier geweest was, en eigenlijk herinner ik me niet zoveel van de stad toen, op een vage schim van de Grote Markt na. Ik zal eerst naar het treinstation moeten om bij de Lijnwinkel (zodra deze open gaat) een driedagenpas te halen. Ik zou het effectief maar twee dagen gebruiken, maar de prijs zou dat geen probleem maken: voor twaalf euro drie dagen betekent eigenlijk dat ik twee dagen met losse dagpassen à 6 euro rond aan het reizen ben, en dan is de keuze wel snel gemaakt. Ik hoopte wel dat die derde dag dan op een ander moment gebruikt zou kunnen worden, maar dat is niet het geval: het zijn drie aaneengesloten dagen, en da’s ergens best jammer. Ik ben vroeg bij die winkel, zodat ik voor kan blijven aan de stroom aan bejaarden, die ontzettend veel tijd nodig hebben om hun reisinformatie op te halen, of hun abonnementen te verlengen. De systemen zijn hier ook een groot doolhof, waardoor je toch ook nu weer zeker 10 minuten aan het wachten bent voordat mevrouw weer haar Buzzypass heeft kunnen verlengen.

Meer bejaarden kom ik tegen aan de Poertoren: een groepje ouderen dat een begeleide stadswandeling maakt. Het geheel is Franstalig, en die gesprekken kan ik niet zo volgen vanaf een afstand, maar toegegeven, ik vraag me af of zij mijn route en tempo zouden kunnen volgen. Mijn route begint met direct een pittoresk deel van het centrum waarin het nog rustig is. Enkele Chinezen hebben de tuin van een nabijgelegen begijnhof gevonden dat vol staat met allerlei gele en witte hyacinten.

Brugge, België

Ik verbaas me over het grote aantal chocoladewinkels in de nabijheid van de O.L.V.-kerk. Het is waar België bekend om staat: de chocolade en het bier. Ergens heb ik een beetje het idee dat iedereen in principe chocolade en bier kan maken en dat idee maakt het een stuk minder bijzonder, maar je moet maar net weten hoe je het maakt en waarmee. Niet iedere soort melk is even goed bijvoorbeeld, maar ja, wat weet ik er nu van? Ik ben een leek op het gebied van chocola en in principe eet ik van alles.

Ik had eigenlijk een wandeling gepland vanaf de O.L.V.-kerk via de Gentpoort naar de Kruispoort, maar dat laat ik met het oogpunt op de tijd (efficiëntie en minder haast) maar zitten en neem de bus, direct naar de Kruispoort. Ik zal deze driedagenpas die ik nu heb toch gebruiken vandaag, dus dan zou het in ieder geval geen kwaad kunnen. Wat bedoel ik daarmee? Wel, ik kan ervoor kiezen om 3 euro voor een enkel belbusritje te betalen later op de dag (daar kom ik later nog op), terwijl ik met twee ritjes (deze stadsbusrit incluus) de waarde van een enkele dagpas eruit rijd. Het levert een veel voldaner gevoel op, dan wanneer je maar één rit maakt met een ‘dagpas’ om je dan afgezet te voelen. Eigenlijk is het hele idee dat je 3 euro betaalt voor een enkel kort ritje met een stadsbus een ridicule gedachte. Het verhaal van De Lijn is intussen wel een beetje bekend, terugdenkend aan de tijden toen een enkel buskaartje minder dan een euro kostte. Zo heel lang geleden was dat nog niet. Het is dan weer wel zo, met de prijzen die omhoog zijn gegaan, dat de diensten niet veel beter zijn geworden. Routeinformatie ontbreekt bijna volledig in België, met oude belletjes die een halte moeten aanduiden, the old fashioned way, met een interieur die je gelijk een pauper doet voelen en vaak ook nog eens die herrie van de oude motor veroorzaakt.

Brugge, België

Ik heb van tevoren al een wandelroute uitgestippeld, maar ik kwam pas in het hostel achter het bestaan van molens in de nabijheid van de Kruispoort. Het zijn witte standerdmolens, en wel van het type die je in principe vrij kan beklimmen, zoals ik dat in Heusden (gem. Heusden) en Stramproy ook heb kunnen doen. Met de busrit is er iets aan geschatte wandeltijd bijgekomen, dus kan ik die alsnog in rust van dichtbij bekijken. Na de molens volgt een lange wandeling naar het centrum, met onderweg nog een stop in een supermarkt waar ik een anderhalfliterfles ‘water met een smaakje’ (dat goedkoper is dan water, gek genoeg) en wat broodjes koop.

Intussen is het laat in de ochtend en het toeristenvolk is intussen wakker geworden. Het begint te leven en de paarden beginnen ook te lopen met hun koetsen. Ik passeer een deel van de route die de bus naar de Kruispoort volgde, met de Vismarkt en een iconisch fotopunt dat bestaat uit een kleine baai, een blik over het belfort en meer historische bouw, dat zo pittoresk is, dat het zelfs op chocola gedrukt is (die ik gegeten heb). Het geeft een beetje een déjà vu-gevoel dat nog terecht is ook. Alleen de hijskraan in beeld maakte het nog wat ironisch. Stipt, maar dan ook werkelijk stipt 11:00 (zoals voorzien) kom ik op de markt aan, waar een kleine kermis aan de gang is. Het geluid van de attracties kunnen nog net niet denderen over het klokkenspel van het belfort, die natuurlijk overal bovenuit torent. Na de markt komt een nog drukker deel met een standbeeld van Jan van Eyck, en meer grachten, waar de stadsbussen maar net passen op de weggetjes.

De laatste poort die ik zal tegenkomen is de Ezelpoort, die zich niet zo lekker laat fotograferen met de ongunstige stand van de zon. Het begint ook best warm te worden: de temperaturen die beloofd waren, die warmer zouden zijn dan 20 graden Celsius, begonnen nu goed op gang te komen. Het deel van de wandeling van de Ezelsbrug naar het station is sneller verlopen dan ik verwacht heb, wat maakt dat ik een half uur eerder op het station aankom. Een goede gelegenheid om wat te eten en om in rust de trein naar Kortrijk af te wachten. Ik zal er niet mee naar Kortrijk rijden, maar tot Lichtervelde, waar ik overstap op een trein naar De Panne, tot Diksmuide. Daar heb ik een overstap van een kwartier op een belbus. Ik heb nog nooit eerder met een belbus gereden, maar eens is de eerste keer denk ik zo. Ik heb deze enkele dagen voordien gereserveerd, daadwerkelijk per telefoon (via e-mail was niet toegestaan) en na een misverstand over de bestemming die ik ook telefonisch moest corrigeren, was het een vrij statisch en monotoon proces dat uiteindelijk wel werkte. Het punt is wel dat je een tijd toegewezen krijgt en dat je de tijd niet zelf kan aangeven. Dat is ergens wel apart, met het idee dat je enkele minuten voor 14:00 aankomt, en je belbus pas om 14:15 vertrekt, maar ach, met het idee van vertragingen kan ik het me ergens wel voorstellen. Eenmaal daar is het zoeken naar waar die belbus überhaupt zal gaan staan. Er staat een overzichtsplattegrond van het busstation ergens ver weg bij een servicecontainer van De Lijn (die overigens gesloten is, maar toch bemand is) en daar staan ze op. Er staan al een belbus van het model buurtbus zoals die een tijd rondom Haarlem en Heemstede hebben gereden, met een veronderstelde grasmaaiermotor en een grafophanging. Het lijkt erop dat deze bus ‘m gaat worden, maar nee, wanneer gepoogd wordt de deur te openen met het hendeltje aan op de voorbumper zit, gebeurt er niet. De deur opent niet, en het raam aan de chauffeurszijde opent ook niet. De accu is dood. Dan moeten we maar naar de stelplaats toe die tegen het busstation aan ligt om een andere buurtbus te halen. Het wordt er één van het meer gebruikelijke type belbus. De chauffeur praat meteen collega, en zo krijg ik lucht van het West-Vlaams. Wat een komisch dialect is het toch. Ergens is het orenschijnlijk gezwam, maar het is wel degelijk met betekenis. Hij heeft al snel door dat ik dan een Nederlander ben en hij vraagt: “’t OV is daar best duur he?” Van alle vragen die gesteld kunnen worden…

De Lijn Belbus, Oud Stuivekenskerke Stuivekenskerke, België

En dan sta je daar, bij een vergeten bushalte met de naam Oud-Stuivekenskerke (de man die de belbusbelletjes aanneemt en de boekingen doorgeeft had ook nog nooit van de halte gehoord en zonder haltenummer had hij het nog nooit gevonden ook). Een klein gehucht met een mini-kerkje en een opgeblazen toren die nu tot uitkijkpunt dient. Een uitkijkpunt over niet zo heel veel, behalve vlak land, de IJzertoren en Diksmuide in de verte. Nu volgt een flinke wandeling naar de Dodengang over een klein paadje waar vooral fietsers overheen komen, en daarna een strook beton langs de rivier de IJzer.

Het is in het begin wat verwarrend om binnen te komen bij de Dodengang, maar ik zie bij draaipoortjes dat er een paaltje staat waar je uitsluitend met een pinpas betalen kan, die bonnetjes uitprint met een code die de poortjes zou moeten openen. De poortjes openen niet, maar ik word via een achteringang alsnog binnengelaten. Het museum is zo ingericht dat iedereen een rondje loopt, om te beginnen bij een expositie, later een uitzichtspost en ten slotte de ‘dodengang’ zelf: de loopgraven, of tenminste, wat ervan overgebleven is. Het is desondanks nog steeds een groot netwerk aan gangen waar ik met enige moeite net aan over de wallen heen kan kijken. Toentertijd was dat geen goed idee omdat je dan direct voor je giechel geschoten werd, maar toch, nu kan het. Er staan verder een bunker en een opgegraven smalspoorbaan die gebruikt werd om goederen van de ene tunnel naar de andere te kunnen vervoeren. Eenmaal ik de dodengang inging, kwam in de tussentijd een klein legertje Nederlandse motorrijders aangereden, dat besloot om nabij het complex pauze te gaan houden of iets dergelijks. Tientallen motoren, zoniet, honderd van die Hollanders kwamen de weg even blokkeren, tot angstzweet van de Belgen in hun auto’s die eventjes er langs zouden willen. Wie niet vraagt, komt er ook niet langs, vooral bij die Hollanders niet.

Diksmuide, België

Ik heb er allemaal geen last van: ik ben op de voet en ik heb nog een kilometer of 5 te gaan naar het centrum toe. Het is een behoorlijk eentonige wandeling naar de IJzertoren toe, maar wanneer ik daar eenmaal ben, en erachter gekomen ben dat je niet zomaar nabij de toren komt, begint het al wat gevarieerder te worden, alhoewel het natuurlijk de traditionele brede Belgische wegen zijn met auto’s er vlak naast geparkeerd op één strook beton of asfalt, een relatief dun stoepje en verschillend uitziende ‘rijtjeshuizen’ erlangs. Ik hop een supermarkt in om wat te knagen te halen, om dan nog even in het centrum van Diksmuide wat rond te neuzen. Eigenlijk ben ik een uur te vroeg klaar, maar dat maakt niet zoveel uit – dan kom ik maar wat eerder in Ieper aan, geen probleem, alleen maar goed, want ik moet immers toch op tijd in Ieper zijn om een goed plekje te bemachtigen voor de Last Post-ceremonie. Deze ceremonie wordt dagelijks om 20:00 stipt gehouden aan de Menenpoort met kransenleggingen incluus. Eenmaal bij het station zie ik dat het nog tien minuten is voor de trein komt, maar ook een kwartier voor een directe bus naar Ieper vertrekt. Ik heb daar eigenlijk helemaal geen rekening mee gehouden, maar met die dagpas op zak is de keuze vlot gemaakt: ik ga naar Ieper per bus, zonder twee keer te moeten overstappen. Directe verbindingen zijn een luxe, zelfs wanneer er een luidruchtige Eritreeër achterin een ‘rustig’ telefoongesprek aan het voeren is. Vóór ik de bus instap bel ik nog even naar het hostel in Kortrijk om de balie aldaar te verwittigen dat ik wat later aan kan komen dan 22:00, wat de uiterste inchecktijd is. Dienstregelingtechnisch komt het nèt niet lekker uit, want de trein naar Kortrijk (vanuit Ieper) vertrekt om 21:16 (een uur na de Last Post-ceremonie, en ik kan niet in 6 minuten vanaf de Menenpoort bij het station uitkomen), om aan te komen aldaar om 21:50, waarbij een wandeling naar het hostel zo’n 13 minuten in beslag neemt. Ik heb me daar eerder over geïnformeerd, maar dat zou geen probleem moeten zijn (als de baliemedewerker het tenminste “zint”), en zo geschiedde.

In Ieper is het flink druk op de Markt: het is etenstijd immers. Ik besluit ook maar om een hapje te gaan eten, en kom uit bij een frituur, waar ik friet met stoofvleessaus eet op z’n vlaams met een vleesbrochette, die ik stug een shashlik blijf noemen, want wat voor mij een shashlik is, is voor mij geen brochette, en daarnaast wist ik überhaupt niet eens wat een brochette was, totdat ik het daar zag. Je leert nog eens dingen als je op reis bent. Binnen was het druk en hectisch, maar het eten smaakte wel. Vlak na het eten was er een grote groep mensen bijeen gekomen die een openluchtvoorstelling aan het bekijken waren van iemand die met een blauwe CMC-arm (computergestuurde robotarm) allerlei kapriolen uithaalde die zowel kracht als coördinatie vergden. De arm draait rondjes, gaat op en neer, computergestuurd en automatisch, dus iedere truc die de acrobaat doet wel op tijd zijn (met andere woorden: het moet niet plots verkeerd gaan). Het gaat allemaal goed en stilaan wordt het tijd om naar de Menenpoort te gaan: het is half acht, en over een half uur begint de ceremonie. De ervaring leert dat bij manifestaties als deze er een enorme drukte zal zijn, en men er tijdig aanwezig moet zijn om nog wat te kunnen zien van het hele gebeuren. Zodra ik aankom, zijn alle plekken aan de zijkant van de weg onder de poort al helemaal vol, dus ga ik maar bij één van de hoekpilaren ernaast staan, op een klein stoepje dat de muur scheidt van de weg. We worden na een tijdje gesommeerd om op een andere plek te gaan staan, en wel op de weg zelf, want deze wordt op dat moment nu net afgesloten. Zo kom ik praktisch op een eersterangs plek te staan, met mijn grote rugtas als ongemakkelijk iets voor iedereen die achter me staat. Ach ja, het zal eerder mijn lengte zijn die zij niet zo appreciëren kunnen. Ik sta niet helemaal vooraan, er staat nog een rijtje mensen voor me, maar ik kan nog wel over mensen heen en tussen mensen door kijken.

Ieper, België

De ceremonie begint: een kleine toespraak in het Engels, met een tekst die onderdeel maakt van de ceremonie, zo lijkt het, want enkele Britse studenten weten precies waar de tekst eindigt, om het aan te vullen met een zorgvuldig voorbereide “We will remember them”, dat ik al eens voorbij zag komen op iemands shirt. Het is dat mijn geheugen vervuild is met het idee dat hier een kleine economie bestaat van souvenirs en al dat soort zaken die onderdeel maken van de dagelijkse ceremonies… Trompetten spelen, The Last Post, La Reveille, er worden kransen gelegd door kinderen, willekeurige volwassenen en een veteraan, en dan is het zonder notie afgelopen: binnen een seconde waarop de ceremonie afloopt verandert de stilte in gepraat en denkt de helft ‘Het zal nu wel afgelopen zijn zeker?’

Stilaan naar het station. Ik zal de trein van 20:16 niet meer halen, maar ik kan wel de omgeving wat doorlopen. Op het station is het vol met reltrappende jeugd met muziek en skateboards en met koters die elkaar de koppen in slaan waarbij de ouders toekijken alsof het erbij hoort. Het zal wel het idee zijn waarbij de jongetjes precies een vechtlust moeten creëren of zo. Ik wil ergens zitten waar het rustig is, maar op het station zijn geen bankjes, wat op zich ronduit slecht is. Als je trein eens in het uur rijdt verwacht je dat je die gemiddelde wachttijd toch met enige comfort kan doorbrengen. Er is weliswaar een wachtruimte, maar die is in de avond gesloten. Op het busstation zijn wel bankjes te vinden onder de glazen… dingen, die als oversized ergonomisch totaal niet gangbare abri’s bedoeld zijn geweest, denk ik. De bankjes hebben dan ook nog eens een oppervlak van rubber en ze zien er veel te groot uit. Rare smaak hebben de ontwerpers van het busstation van Ieper.

Een stuk of 6 van die toeristische treintjes later die het busverkeer tussen het station en de markt verzorgen omdat De Lijn na acht uur alle busdiensten stil heeft gelegd, komt de trein uit Poperinge aan. Een Deense neus. Na Denemarken ben ik ze een beetje awkward gaan vinden. Korte treintjes, zulke stoelen en zo’n vormgeving. Ik hoef niet te klagen over het comfort, maar ik heb wel het idee dat de reisinformatiesystemen op de displays allemaal na een zeker tijdstip gewoon allemaal worden uitgezet in het hele land, of in dit geval, sowieso na Kortrijk in de richting Poperinge. Het ritje naar Kortrijk is er wel een van de gevoelsmatig wat langere. Ik ben toch zeker een half uur onderweg voor een stuk dat er best kort uitziet. Aankomst Kortrijk is 21:50, en dan moet ik nog naar het hostel. De inchecktijd is 22:00, en Maps adviseert dat ik voor het stuk station-hostel toch zeker iets van twaalf uur onderweg ben. Ik besluit om maar een flinke mars in te zetten langs het spoor naar het hostel toe, dat toevallig langs het spoor ligt. Wat wel maf is, is dat ik erachter kom dat iemand mij ‘achtervolgt’, en wel met mijn ongewoonlijke wandeltempo. Dat blijft zo voortduren tot aan het hostel, maar ik laat diegene inhalen omdat ik even moest vertragen om mij te oriënteren. Het blijkt dat diegene óók naar het hostel moest én met de inchecktijd in de maag zat. Soms denk ik dat ik echt de enige ben die bepaalde dingen overkomt, maar dan word ik weer teleurgesteld door mijn eigen directe ervaring. Ik kom stipt om 22:00 aan, kom terecht in een enorme ruimte met twee toiletten en een permanente airco met twee oudere heren (en nog iemand die al aan het tukken was), van wie één een enorm oud laptopje heeft die een CD erin stopt om waarschijnlijk een één of andere film te bekijken.

Met gesloten gordijnen die de ruimte duister maken en het af en toe getril van de omgeving door passerende treinen ontwaak ik, om zoals gewoonlijk te proberen zo min mogelijk geluid te maken bij het ‘ontruimen’. Dat lukt niet helemaal, maar ach, als je ultieme stilte wilt als je aan het slapen bent, had je net zo goed een hotel kunnen nemen. Ik pleur het beddengoed etc in de mand en direct ga ik naar het ontbijt. Die sla ik niet over deze keer – ik heb immers ook nog eens geen haast met een plan dat al om 7 uur of zo begint. Nee, ik heb om 9 uur afgesproken bij het treinstation met iemand met wie ik rond ga reizen gedurende de dag. Het goede weer is intussen ingeruild voor miezerig weer en het regent kortstondig. De toiletten in het hostel gebruiken regenwater om deze te kunnen spoelen, dus ik denk dat ik weer mazzel heb.

De trein van degene met wie ik afgesproken heb komt om enkele minuten voor 9 aan, en dan moet er nog even een bezoekje aan de automaat van De Lijn (naast een grote gele container die door moet gaan voor Lijnwinkel) gepleegd worden voor een dagkaart. Net aan halen wij de trein naar Ieper. Weer naar Ieper? Jazeker: In Flanders Fields moet nog bezocht worden. Het wordt geprofileerd als een must voor iedereen die enig interesse heeft in de Eerste Wereldoorlog. Het is gesitueerd in een monumentaal pand in het centrum, vlak naast de markt. Geen ingewikkeld gangenstelsel: gewoonweg één grote gang die leidt naar de uitgang en een expositie, met onderweg allemaal objecten, projecties en herinneringen aan de oorlog. Het doet me op zich niet zo heel veel, ik ben wel bekend met het verhaal, maar het moet gezegd dat enkele scenarioschetsen toch wel het idee hebben doen helpen ontstaan dat dit alles ronduit bizar is geweest, vergeleken met voorgaande oorlogen die gevoerd zijn met cavaleristen en infanteristen die elkaar de koppen in hakten. Nu was er plots sprake van chemische wapens, tanks, zulk soort onzin die de wereld voorgoed vervuild hebben.

De tijd nemen in het museum terwijl mijn reisgenoot nauwelijks geslapen heeft, heeft tot gevolg dat een brede stadswandeling ingeperkt is tot een heen-en-weertje museum-Menentoren-station. Het is zondag intussen, en dat betekent dat de dienstregelingen ronduit mager zijn in het Belgenland. Er rijdt één directe bus van Ieper naar Veurne voor deze hele dag. Het tijdstip komt goed uit hierin, dat wel, en dat is vooral prettig met het oog op het reisplan als deze met de trein zou zijn afgelegd. Dan scheelt de bus plots enorm. Twee keer overstappen en anderhalf keer zo lang onderweg? Dan is een kleine, luidruchtige bus een veel interessantere optie.

De reisgenoot spreekt Frans, en ik vertel dat men het best Nederlands kan leren, door in Nederland (of in dit geval in Vlaanderen) met het openbaar vervoer te reizen en gewoonweg de namen van de bushaltes te vertalen. Het is eenmaal zo dat veel namen van bushaltes vaker voorkomen, vooral in Wallonië, waar – zo denk ik – tenminste een kwart van de haltes wel ‘eglise’, ‘école’, ‘village’, ‘gare’ of iets anders bekends heet. Zo komen wij onderweg halten als ‘kerk’, ‘dorp’ en ‘molen’: drie regelmatig voorkomende woorden in de Nederlandse taal. Het helpt alleen niet om de woorden op te dreunen als je achterin zit en de bus van het type Van Hool is, met een gigantische pleurisherrie die daarvandaan komt.

Veurne, België

Het plan is om een paar stadjes in het noordwesten van West-Vlaanderen wat naderbij te bekijken. Eerste stadje: Veurne. Het heeft een kek stadshartje met een groot plein en een markante overheersende bouwstijl die ik niet eerder zo primair gezien heb in deze streek, maar dat is het dan ook wel eigenlijk. Eenmaal bij het station wordt het tijd om een soort van lunch te nuttigen, maar niet voordat het stationsgebouw is vastgelegd: het wordt integraal verbouwd en een derde is al klaar: het resultaat is toch wel een pak anders dan het origineel, met felgele, oerlelijke kleuren en egalisering ten opzichte van het donkere palet à la Binche met grijs en her en der wat bruintinten. Ook hier nemen we de trein niet: de bus is de bedoeling ook nu weer, om direct in Nieuwpoort te komen. Nieuwpoort wordt alleen aangedaan door trams en bussen, en de halte Stad heeft een markante constructie temidden van een bouwput. Het hoofddoel van ons daarentegen is het Albert I-monument, dat op het moment van bezoeken schoongemaakt werd. Na daarna wat rondgelopen te hebben door de bouwput en geconcludeerd te hebben dat er weinig aan is, en na gespot te hebben dat de vlag van Tsjechië in een rij van allemaal vlaggen ondersteboven opgehesen is, nemen we de eerste de beste tram die aan komt rijden om naar Oostende toe te gaan. De tram zit kneitervol en deze komt onderweg alleen maar voller te zitten. Het is een mengsel van Vlaams, Frans en Spaans dat aan boord te vinden, maar eenmaal in Oostende, bij het Marie-Joséplein verlaat de helft de tram, om tegelijk nog een helft weer toe te laten, waaronder een moeke dat geen geduld heeft. Snap ik ergens wel met de drukte, maar markanter is dat vlak achter ons allemaal er nog een tram heeft gereden al die tijd, die praktisch leeg was. Enfin, een wandeling door Oostende levert weer de herinneringen van bijna vijf jaar geleden op: een treurig Oostblok-Monaco met een zootje beton overal; miezerig weer en onderweg naar het station toe overal vistentjes.

NMBS 1828, Station Oostende

De verbouwing van het station van Oostende is nog steeds gaande en de binnenplaats van de sporen is nog steeds een enorme bouwval, maar het decoratieve dak is al redelijk klaar: het goedkope materiaal van doorzichtige groene, gele, blauwe en witte platen geven een aparte sfeer aan de perrons. Opmerkelijk is dat de prullenbakken dezelfde kleuren hebben gekregen.

De IC naar Kortrijk die we nemen wordt uitgevoerd door zalige i8-rijtuigen en nieuwere i10, maar het zit allemaal goed gevuld waardoor er niet echt veel vrije plekken te bespeuren is. Lang zit ik niet in de trein: ik moet in Gent-Sint-Pieters overstappen op de IC naar Antwerpen binnen drie minuten in plaats van de voorziene zeven omdat we maar weer ’s vertraagd zijn. Er wordt omgeroepen dat de trein best wel vol is, en dat reizigers naar Brussel in hetzelfde Gent kunnen overstappen op een extra trein die zeven minuten later vertrekt naar Liège. Ik vraag me af wat het voor zin heeft voor de reizigers die al zitten, maar ach, eenieder die moet staan zou het kunnen overwegen, tenzij er een prangende aansluiting is. Wat wel een prangende aansluiting is, is de mijne, met nog drie minuten over van de zeven die het planmatig zouden moeten zijn. Ik ben niet de enige met enige haast, maar zonder te rennen haalt iedereen het. De rit naar Antwerpen is er één zonder geschiedenis.

Ik stap uit in Antwerpen-Berchem, gewoonweg om de doodeenvoudige reden dat als ik in Berchem opstap, ik meer kans heb op plek dan wanneer ik doorgereden zou zijn tot Centraal. Het is immers de halte ervoor, en het is wat minder druk. Ik denk hier mijn avondeten te kunnen halen, en ik heb hier ook ooit wat gehaald, maar het is zondag, derhalve alles is dicht, en de zaak in kwestie is niet te bespeuren. Da’s spijtig. Dan maar in Roosendaal wat te knagen halen.

De trein die ik neem is de één-na-laatste IC Brussel-Amsterdam (deze reed in plaats van Amsterdam echter tot Schiphol) die via Roosendaal en Dordrecht rijdt, omdat de dag nadien de treinen allemaal via Breda gaan rijden, na al die jaren. Ik moet in Roosendaal overstappen, op de IC naar Amsterdam, tot Haarlem. Enkele jaren terug reed de intercity Vlissingen-Haarlem-Amsterdam maar tot Dordrecht, wat Dordrecht mijn overstaphalte maakte zodra ik met de IC Brussel-Amsterdam reed. Die overstaptijd is altijd 20 minuten gebleven, of het nu in Dordrecht was of in Roosendaal. In beide gevallen verlies ik nu mijn comfortoverstap en wordt ieder bezoekje aan België via Noord-Brabant een tandje duurder. Voor het ophalen van een Go-Unlimited verandert er niets: net als aan het begin van deze tocht neem ik gewoon dan weer de stoptrein tot Essen, waar dit hele verhaal dan evengoed zich helemaal opnieuw kan afspelen.

NS 186 006, Station Roosendaal Station Roosendaal

In Roosendaal leg ik de trein nog vast en zie ik dat er stilaan catering wordt opgezet om het afscheid te ‘vieren’. Posters met de Hondekop en de tekst “elk uur een elektrische trein van Amsterdam naar België via Roosendaal” zijn opgeplakt en tafeltjes worden gedekt. Ik vraag me af hoeveel mensen hier op af zullen komen. Ik zal het niet meemaken: ik neem mijn voorziene intercity naar Haarlem.

zaterdag 24 maart 2018

Begrijpe wie begrijpen kan: goedkoper van Venlo naar Zandvoort vanuit Duitsland

De fictieve casus: ik ben over twee weken in Venlo te vinden, het wordt laat en ik wil naar huis toe. Het is een lange rit, en zonder abonnement is Venlo-Zandvoort een duur grapje: 25,10 euro, wanneer ik met mijn OV-Chipkaart reis.

Fig 1: de details Venlo-Zandvoort

25,10 euro? Stel, ik kom uit Duitsland vandaan. Daar kun je soms Sparpreisen aantreffen voor een route met de lengte van Leer (Ostfriesland) naar München voor 19,90 euro. Dan is zo'n stukje Venlo-Zandvoort nog peanuts te noemen. In alle ernst - wat als ik uit Duitsland kom, en wel uit Mönchengladbach, en ik ken niks anders dan de DB?

Fig 2: vanuit Mönchengladbach naar Zandvoort. In de maand april wat twijfelachtig, maar er zijn mensen die dit zouden kunnen doen.
Fig 3: resultaten voor Mönchengladbach-Zandvoort

Ach kijk, een Sparpreis Mönchengladbach-Zandvoort, met de ICE voor 29,90. Als de tijd past, dan kan dit altijd. Stel nu voor dat ik via Venlo moet omdat ik precies heb afgesproken met iemand in Venlo om daarmee samen naar Zandvoort te rijden. Deze rakker is pas om acht uur in de avond vrij.

Fig 4: Mönchengladbach-Venlo-Zandvoort

Geen Sparpreis. Da's jammer, maar ik reis wel iets langer met de trein dan vandaag, en ik ga er altijd van uit dat systemen als deze dom zijn. We weten wel iets, maar net niet genoeg om echt in je voordeel te kunnen werken. Je moet ze soms een handje helpen, door ze expliciet te vertellen wat je precies wilt, namelijk: via Venlo rijden.

Fig 5: Mönchengladbach-Venlo-Zandvoort bis

Vanaf dit moment wordt de route Mönchengladbach-Venlo effectief opgedeeld in twee segmenten: Mönchengladbach-Venlo en Venlo-Zandvoort. Zodra ik echter Mönchengladbach-Venlo los opzoek op bahn.de, zal ik geen Preisauskunft vinden, want: VRR-Tarif, en de site is te beperkt om die tarieven weer te geven; en zodra ik Venlo-Zandvoort opzoek op bahn.de, zal ik óók geen Preisauskunft vinden, want: Es gilt Auslandtarif. Hoe komt die gekke site dan in hemelsnaam op die 32,70 euro terwijl 'ie geen prijzen ter beschikking heeft voor Mönchengladbach-Venlo én Venlo-Zandvoort om hem moverende redenen? Begrijpe wie begrijpen kan...

Ik ben wel benieuwd naar de echte prijs voor Mönchengladbach-Venlo. Zodra ik op de bijzonder gebruiksvriendelijke en overzichtelijke site van de VRR op ga zoeken wat dan hier wel de prijs is, word ik echter onverbiddelijk de bus in gejaagd op de dag erop.

Fig 6: De bijzonder gebruiksvriendelijke en overzichtelijke site van de VRR.

Treinen tussen Viersen en Venlo bestaan opeens niet meer en prijzen zijn dan helemaal een mysterie. Met wat omwegen denk ik het eindelijk gevonden te hebben via Tickets wählen > Ticketberater > zum Ticketberater, maar daar kom ik op een lege pagina uit met een gebrek aan 404. Dat gaat me geen tarieven opleveren. Tjonge, zijn de prijzen tot een staatsgeheim verworden? Nou, niet echt, maar je moet er wel voor gestudeerd hebben, want eigenlijk is het één grote ingewikkelde formule, want je moet - volgens de pagina van het EinzelTicket - het aantal zones (Preisstufen) nemen - die te vinden zijn in een overzichtskaart bij Preisstufen im VRR in een redelijk verscholen PDF'je - en na wat zoeken naar Wally naar waar Venlo en Mönchengladbach ligt op de kaart met zones, is de conclusie: er worden vier zones met de trein doorkruist. Gefeliciteerd, maar dan weet je het nog niet, want nu moet je op basis van het aantal zones nog eens de juiste Preisstufe kiezen. A is het niet, B ook niet, maar is het dan C? Je reis moet binnen één van de 19 'unterschiedliche Regionen' vallen, en welke dat zijn moet je ook nog eens terugvinden. Weer een beetje zoeken levert een aparte pagina over de 'nieuwe' Preisstufe C op, en ja hoor: helemaal onderaan, wanneer je na de onduidelijke afbeelding met regio 1 waar Venlo in staat Mönchengladbach niet aantreft, zijn zowel Venlo als Mönchengladbach te vinden in de afbeelding van regio 19. Glorie: de reis zou 12,50 euro moeten kosten. Een hoop gedoe om niks, want ik ben er helemaal niets mee opgeschoten en, sterker nog, ik ben mijn hele oorspronkelijke punt voorbij geschoten.

Even een paar stappen terug dus: ik wil gewoon van Venlo naar huis toe, maar dan vanuit Duitsland. Ik kan evengoed ook vanuit Keulen, via Venlo naar huis toe rijden, maar dan gebeurt er ook al iets opmerkelijks:

Fig 7: Köln-Venlo-Zandvoort

Köln ligt niet in het VRR-gebied en dan kan het alleen maar ingewikkelder worden. De site gaat om mijn leeftijd vragen en dan komt ze slechts met een Flexpreis, zoals eigenlijk de vorige figuur op bahn.de ook al toonde. Het is een stuk duurder geworden, en via Venlo rijden is dus eigenlijk eerder een verschrikking dan een praktisch iets, dus dan kan ik beter niet afspreken en eerder zonder voorkeur voor Venlo maar eens kijken naar alternatieven.

Fig 8: Köln-Zandvoort zonder expliciete notering via Venlo
Fig 9: Köln-Zandvoort

Aha! 19,90! Vanuit Keulen naar Zandvoort voor de figuurlijke 20 euro, ditmaal via Arnhem, nog wel. Nog steeds geen Venlo, maar opeens is die prijs wel sterk gedaald: in plaats van 25 euro Venlo-Zandvoort is dit 20 euro geworden voor Keulen-Zandvoort. Hoe kan dit? Wel, eigenlijk is het vrij eenvoudig te verklaren. Het sleutelwoord is Fernverkehr en alle IC's, EC's en ICE's behoren tot het Fernverkehr, een aparte tak binnen de DB, en alleen voor deze kunnen Sparpreisen opgeworpen worden. De vorige prijzen omvatten uitsluitend Nahverkehr, en tariefintegratie van twee verschillende tariefsystemen is een nachtmerrie voor iedere systeemontwikkelaar en vooral reiziger: zeker als deze gedoemd is om de site van de VRR hiervoor te gebruiken.

Voor Sparpreisen boeien de treinen in Nederland niet - het zijn de treinen in Duitsland die er toe doen, de treinen in het binnenlands verkeer. De EC in kwestie is afkomstig uit Klagenfurt in Oostenrijk, da's niet bepaald binnenlands verkeer, maar het deel van de route die gevolgd wordt (Keulen-Düsseldorf in dit geval) maakt dat dit 'binnenlands is', en omdat deze binnenlandse rit een afstand verlegt van minder dan 100 kilometer is deze prijs 19,90 euro en geen 29,90 wat het minimum is voor Sparpreisen op langere binnenlandse trajecten. Heel soms wil dat ook nog wel eens 19,90 zijn bij bijzondere acties, maar dat is eerder uitzondering dan regel.

Met al deze kennis in het hoofd, wil ik nu alsnog via Venlo. Met enkel Nahverkehr ga ik geen goede prijs eruit slaan, dus moet ik op de één of andere manier een 'logische' route bedenken waarin Fernverkehr voorkomt. De route van deze EC uit Klagenfurt is op te zoeken, en laat ik eens een paar stations verderop nemen als 'beginpunt', een oord waar ik eigenlijk ook nog naartoe wil: Andernach.

Fig 10: Andernach-Venlo-Zandvoort
Fig 11: Detailoverzicht Andernach-Venlo-Zandvoort
Fig 12: Alle haltes die hiervoor voorbij gekomen zijn: Köln Hbf; Mönchengladbach Hbf en Venlo

Conclusie: door niet Venlo als beginpunt te nemen voor een reis naar Zandvoort, maar een één of ander onbekend gat dat toevallig door een Intercity/Eurocity wordt aangedaan, kun je voor 19,90 euro van Venlo naar Zandvoort toe, in plaats van voor de gebruikelijke 25,10 euro. Wat scheelt het? 5,20 euro, zeker 20%. Als je toevallig wel uit Andernach komt, is dat alleen maar mooi meegenomen. Wel gelden een paar voorwaarden: zolang de voorraad strekt en het moet een zekere periode van tevoren gekocht zijn.

Begrijpe, wie begrijpen kan...

Begrijpe wie begrijpen kan: Schwyz - Zürich - Bremgarten - Zürich is goedkoper dan enkel Schwyz - Zürich

Sächseläuten is een lentefeest dat ieder jaar in Zürich gehouden wordt. Ik wil er ooit eens naartoe, maar wanneer dat is, is eigenlijk nog een grote vraag. Ik ben wel nieuwschierig naar wat zoiets eigenlijk kost en wat ik onderweg daarnaartoe doen kan, want alleen maar naar een plaats toegaan die ver weg ligt om iets te zien is niet echt iets voor mij. Ik zie graag meer dan één plaats, en zo komt het idee op om ook het dorpje Schwyz en de bijbehorende omgeving aan te doen.

De casus is als volgt: ik kom ergens aan, overnacht in Schwyz, en ik ga de volgende dag, op een maandag, naar Zürich. Op deze maandag eindigt Sächseläuten, met parades van de 'Zünfte' (nijverheden) en om 18:00 wordt een grote brandstapel in de fik gestoken, met daarbovenop een grote sneeuwpop, gemaakt van hout en ander materiaal dat goed brandt, gevuld met explosieven. Als de brand de top heeft bereikt, knalt de Böögg uit elkaar, en het idee is, dat des te sneller de Böögg explodeert, des te beter de zomer wordt. Enfin, één groot spektakel.

Ik ga met de trein, en als ik op zoek ga naar de route en de prijs voor deze rit, ga ik naar sbb.ch en dan voer ik Schwyz > Zürich HB in.

Fig 1: invoerscherm
Fig 2: de route
Fig 3: het reisadvies met prijs

Het is gelukkig een directe trein, de interregio. De prijs zegt 13.50 CHF, maar eigenlijk doet de SBB hier iets heel sneakys. Zwitserland is een duur land, dat weten we allemaal, en de SBB wil zich een beetje als 'goedkoper dan je denkt' profileren door op deze overzichten met reisadviezen dit bedrag te tonen, en dan kun je zeggen: voor Zwitserse begrippen is dit wel ok. Het is een rit van ongeveer 55 kilometer, wat ongeveer gelijk is aan de afstand Leeuwarden-Steenwijk, en die rit per trein kost bij de NS 10 euro (11 euro als je het in de automaat als los kaartje koopt vanwege de toeslag als straf voor het niet hebben van een OV-Chipkaart). De Zwitserse prijs en de Nederlandse prijs zijn wel vergelijkbaar, maar vóór de Zwitserse prijs, staat het woordje "Ab", wat zoiets wil zeggen als: vanaf, en dat woord mag je heel letterlijk nemen. In Zwitserland bestaat er zoiets als een Halbtax, wat een abonnement is, waarmee je tegen 50% korting met de trein kan reizen, en prijzen worden op de SBB-website standaard als Halbtax-prijs aangegeven, dus deze 13.50 CHF is in werkelijkheid 50% van het bedrag waar je als persoon zonder Halbtax geen recht op hebt.

Fig 4: de werkelijke prijs

Zodoende wordt dit ritje opeens 27 CHF, wat inderdaad betekent: godkolere wat is Zwitserland een duur land. Hoe dan ook, de route is dit:

Fig 5: een directe verbinding

Ik heb het al eens eerder geschreven geloof ik, maar ik heb eerder met de Sparpreis van DB reizen gemaakt waarbij ik met één enkel kaartje, bijvoorbeeld van Berlin Hbf naar Bad Bentheim gereden heb à 29,90 euro, terwijl ik onderweg gestopt ben, uitgestapt ben en ben gaan wandelen in Hannover en Osnabrück, door creatief te zijn met de via-stations. Die strategie probeer ik hier ook toe te passen, en wel bij een oord waar ik nog niet geweest ben, maar wel twee jaar terug in de buurt bij was: Bremgarten. Het is een klein stadje met een aardige oude kern, en ik schat in dat Bremgarten als via-station mooi te integreren is in mijn route.

Fig 6: Schwyz-Zürich, via Zürich, via Bremgarten

Een rit naar Bremgarten zonder via Zürich te gaan is best complex met drie keer overstappen en dat is ergens de moeite niet waard, dus denk ik: wat als ik nu via Zürich ga, gewoonweg uit pure willekeurigheid.

Fig 7: de route via Zürich en Bremgarten: effectief een heen-en-weer Zürich-Bremgarten

Wanneer ik dit opzoek, gebeurt iets onwaarschijnlijks:

Fig 8: het reisadvies met prijs

A: er verschijnt plots een 'Sparschienen'-icoontje, dat het equivalent is van de Sparpreis in Duitsland, en B: de route is zowaar goedkoper! Hier is sprake van exact dezelfde trein als aangegeven in figuur 5, maar dan met een 'onnodige' via in Bremgarten.

Fig 9: dezelfde directe route Schwyz-Zürich, met Bremgarten als via

Blijkbaar is op deze manier de route Schwyz-Zürich zonder Halbtax 3 CHF goedkoper geworden, en zo kun je als bonus ook nog eens gratis vanuit Zürich naar Bremgarten toe en er ook nog eens een paar uur gaan wandelen omdat je hier aan kan geven (zie figuur 6) hoe lang de overstap op je via-station moet duren...

Begrijpe wie begrijpen kan...

vrijdag 9 maart 2018

28-29 januari 2018 - Sønderborg, Gråsten, Flensburg, Glücksburg en een stuk Niederrhein

De dag erna wacht een huisgemaakt ontbijt op mij, met broodjes die ietwat kleiner uitgevallen waren dan eigenlijk de bedoeling was, maar het belette me niet om er een voedzaam ontbijt van te maken. Er was thee beloofd, maar ik kon de waterkoker niet zo snel vinden tussen alle potjes en schaaltjes. Ik zie wel een theepot staan, maar ja, het ziet er niet uit als een waterkoker zoals ik die thuis heb. Pas wanneer ik beter naar de theepot kijk, zie ik dat er een schakelaartje achterop de pot zit: de theepot ís de waterkoker! Danish design zeker?

Een paar sfeerfoto's staan hier al, maar gedurende het verhaal staan er nog een aantal.

De binnenplaats van Sønderborg Slott
Gråsten Slott, aan de andere kant van het meer.
Intussen weer in Duitsland: Flensburg.
Nog verder in Duitsland, in de Kohlenpott nog well, hier Duisburg, of tenminste, Tiger & Turtle.

Fjorden

In de avond ziet dit er sowieso idyllisch uit, met mannetjes die er hun pilsjes aan het drinken zijn onder een goedkoop klein lichtje. Simpelheid.

Het is zondag, het weer is droog en op straat is het bijna uitgestorven. Ik loop van het huis met een klein omweggetje naar het treinstation. Ik passeer een kek oud kroegje, het bijna helemaal verlaten busstation en ik ga nog een supermarkt in om te kijken of ik nog iets meenemen zal (teleurstellend weinig, met een bakje vleessalade en kattetunger-chocolaatjes).

Station Sønderborg in al zijn nederigheid.

Om bij het treinstation te komen moet ik voor het eerst de brug over de Alssund oversteken. Ik tref een miezerig, klein stationnetje aan zonder ook maar enige allure. Het is een goedkoop strookje met en rechthoekig afdak. Ook hier staan rejsekortpaaltjes, met één paaltje voor inchecken en één paaltje voor uitchecken. Wat opmerkelijk is van deze paaltjes is dat eens in de zoveel seconden een paaltje ‘check ind!’ uitkraamt en soms lopen die herinneringen aan de reizigers flink vast, waardoor het eerder ‘che-che-che-che-che-check ind! ind! ind! ind!’ of ‘check ind!-check ind!’ wordt. Je zou er maar naast wonen, maar dat gaat in dit geval lastig, omdat er geen woonhuizen in de directe omgeving van het treinstationnetje staan – wel een college. Ik probeer voor de grap eens in te checken met mijn OV-chipkaart, maar de lezer komt telkens met een leesfout. Die geluiden van het in- en uitchecken zijn daarnaast ook nog eens heel anders, veel speelser.

Bij aankomst op het treinstation van Sønderborg weet ik al dat ik nog iets langer dan een uur heb eer mijn trein vertrekt. Ook op deze verbinding tussen Sønderborg naar de luchthaven van Kopenhagen onder de naam Lyntog geldt een magere tweeuursdienst. Op het moment dat ik daar op het station sta kan ik het ook wel begrijpen, want er is werkelijk helemaal niemand, maar ja, waarom zou je een uur vóór vertrek op het station al staan? Ik moest in ieder geval nog een kaartje voor de trein kopen, maar ik kom op dat moment erachter dat de automaat geen biljetten slikt: net als in Nederland, alles geschiedt met muntjes, of per pas. Het zorgt ervoor dat ik met geld teveel zit, en aan het einde van deze trip heb ik dus nog iets meer dan vijf euro aan Deense kronen waar ik later nog van af moet.

Om de tijd te doden loop ik nog wat rond in de stad, en bezoek ik de binnenplaats van het kasteel van Sønderborg. Ik had dit gisteren ook kunnen doen, maar toen was de deur dicht – nu was deze geopend. Er zijn een paar kanonnen en enkele gekke beelden, maar alles was dicht verder, want tja, zondag.

Sønderborg Slott
Waar het Deens strikt pragmatisch is moet het Duits poëtisch en het Engels filosofisch zijn. Het zal wel een reden hebben...
Ook dit soort dingen kennen ze in Denemarken.

Als ik eenmaal terug ben op het treinstation is het station flink wat drukker. Het stationnetje heeft een kort perronnetje waar nog net twee drieledige ‘Deense neuzen’ op passen (datzelfde type treinen die in België tenminste zo genoemd worden hebben hun naam van dit type Deense treinen) en iedere wagon is best goed gevuld. Wat alleen niet zo handig is gedaan is dat de trein precies één derde uit eerste klasse bestaat, met zetels die identiek zijn aan de tweede klasse. De treinen ogen oud aan van binnen, en van buiten wekken ze ook geen wauw-gevoel op. De tafeltjes zijn klein en de beenruimte heeft te wensen over. Wel rijden ze lekker rustig.

Een echte Deense 'Deense neus', in afwachting.

Ik hoef maar één halte met deze trein, tot aan Gråsten. Het is een stopplaats, net als Sønderland zowat, behalve dat Sønderland een kopstation is. Er is een stationsgebouw, maar deze lijkt al jaren dicht, en verder is er ook geen reet te vinden. Vanaf het moment dat de trein vertrekt komt het besef op: pas over twee waardevolle uren komt er een volgende trein. Stel je toch voor dat je die trein mist! Geen wonder dat mensen liever een auto nemen, dit is gewoon niet werkbaar. Dan hebben wij het in Nederland beter getroffen met over het algemeen tenminste twee treinen in één uur, in plaats van één trein per twee uur (enkele uitzonderingen daargelaten).

Station Gråsten heeft nog wel een best gebouw, maar de rest van het station is ronduit kaal, miezerig, pover en toch sfeerloos.

Gråsten is een klein dorpje waar ook niet veel te beleven is, maar het is de plek waar de zomerresidentie van de koningin staat, namelijk een slot met dezelfde naam als het dorp zelf. Het slot is helemaal wit, het ligt aan een meer en er ligt een grote tuin omheen. De tuin was deze dag open, ik kon het slot zelf ook aanraken, en het privézwembad van de koningin aanschouwen, alhoewel deze afgesloten is, vast vanwege de winter. Ik was zeker niet de enige die ook een kijkje kwam nemen, maar ik denk wel dat ik één van de weinige buitenlandse toeristen was die er rondliep.

Gråsten Slott van dichtbij.
Aanschouw hier het koninklijke zwembad van Gråsten, alhoewel deze afgesloten is voor de winter.
Het park dat het slot van Gråsten tot zijn terrein mag rekenen mag er ook wezen, alhoewel er nu nog weinig bloeit.

Na Gråsten werd het tijd om naar Flensburg in Duitsland te gaan, maar per trein is dat ronduit een hel, met een waardeloos, totaal niet op elkaar afgestelde dienstregeling, waarbij de trein uit Sønderborg géén aansluiting biedt op de eveneens tweeuurlijkse intercity naar Flensburg. Met ‘géén afsluiting’ bedoel ik dat er eigenlijk wel een aansluiting is, dan wel eentje van een rijkelijke 1 uur en 34 minuten, en om zo lang te moeten gaan wachten in datzelfde Tinglev dat ik eerder noemde, zul je hard-core Deens moeten zijn, en dat ben ik niet, dus opteer ik voor de eveneens tweeuurlijkse, maar wel directe bus naar Flensburg. Deze bus doet over dezelfde afstand twee keer zo snel als de trein: waar de bus er 53 minuten over doet om bij het busstation van Flensburg aan te komen nabij het centrum, doe je per trein er 2:13 uur over, met aankomst op het treinstation dat op een kwartier lopen van het centrum ligt. Daarbij rijdt de bus ook langs een mooiere route, langs het water, langs het fjord van Flensburg. Ook opmerkelijk is dat onderweg, eenmaal in Duitsland, als we eenmaal de enigszins bewaakte grens van Duitsland overgestoken zijn, er veel Deense winkels zijn op Duits grondgebied, die alle prijzen ook in Deense kronen hebben staan. Het is een belastingtechnisch spelletje, lagere prijzen voor de gemiddelde Deen, en de Duitse bus die pendelt tussen Flensburg en Kruså (net over de grens in Denemarken) zit ook altijd goed vol – deze rijdt iedere twintig minuten.

Hier nog eens duidelijk het onderscheid tussen de Bybus (geel) en de streekbus (blauw) bij een bushalte.
De enige grensoverschrijdende Deense bus van lijn 110 uit Sønderborg naar Flensburg.
Diezelfde bus rijdt langs het water, met zicht op enkele eilandjes.

Lopen in Flensburg doet je gelijk realiseren dat je weer in Duitsland bent. Graffiti, de bekende namen van zaken die je overal in Duitsland tegenkomt en de significant grotere gebouwen met pleisterwanden. Ik merk wel dat het inderdaad een gelijknamig ‘fjord’ heeft (niet zo’n fjord zoals je die in Noorwegen aan zou treffen), want om door de stad te komen zijn er wel wat heuvels die beklommen moeten worden. Het stadje heeft in het centrum een leuk beeld, met de binnenhaven en de huizen die toch ergens wel wat Scandinavisch aandoen, maar echt Scandinavisch voelt het niet.

Flensburg
En nog meer Flensburg

Flensburg alleen is niet zo spannend, dus besluit ik om nog met de bus (wederom een tweeuursdienst, alhoewel dit ditmaal komt omdat het zondag is – alles is van tevoren goed uitgekiemd!) naar Glücksburg te rijden, alwaar het kasteel van Glücksburg staat, zodat het aantal kastelen dat ik deze dag gezien heb op drie komt. Een wit pareltje van de Renaissance, geheel omringd door water – het ligt immers midden in een meer.

Een toegang naar het eiland waar Schloss Glücksburg op staat.
Schloss Glücksburg vanaf het eiland.
Schloss Glücksburg, vanaf het vasteland.

Het dorpje zelf is niet zo bijzonder, maar omdat de bus slechts eens in de twee uur rijdt, trek ik het bezoek iets breder door naar de kust, van waaruit het Denemarken waar ik enkele uren terug nog per bus heb gereden te zien is. Nou ja, te zien… het was intussen best mistig geworden en los van enkele donkere plekjes aan de hemel was er niet veel te zien. Het begon ook donker te worden en te spetteren. De wandeling terug naar Glücksburg (met het kasteel) en het busstation aldaar, ging eigenlijk niet zo lekker, want ik had een onverharde weg gekozen – en de verkeerde schoenen erbij. Het heeft geregend, dus was dat pad modderig geworden en dat werd nogal een zootje. Met veel omlopen, over boomstammen lopen, over blaadjes lopen enzovoort kwam ik dan toch aan in Glücksburg, en wel binnen een kwartier voordat de bus aan kwam rijden, in de duisternis en de stortregen. Na aankomst in Flensburg heb ik nog twee uur te doden tot aan de aankomst van de Flixbus die mij naar Düsseldorf moet brengen. Ik dood de tijd door een tijdje in de enige eettent te gaan zitten die open is op zondagavond – de McDonald’s door er een broodje spare-rib te eten. Na dat avondeten loop ik direct naar het treinstation en verbreng ik de tijd daar maar, door de nieuwe Twindexx-dubbeldekkers en de Deense intercity uit Fredericia eens nader te onderzoeken.

Deze treinen zijn nieuw in Duitsland en voor Duitse begrippen zijn ze uniek, omdat dubbeldekkers in Duitsland normaliter getrokken of geduwd worden door locomotieven. Deze Twindexx'jes echter hebben geen locomotief nodig en kunnen - net zoals de VIRMs hier in Nederland - zelfstandig rijden. Nieuwe treinen zouden niet nieuw zijn als ze in het begin niet volgestouwd waren met kinderziektes, zo waarschuwde bahn.de al ervoor dat ritten die uitgevoerd worden door 'treinen van het type Twindexx' wel eens spontaan uit zouden kunnen vallen. Happy days!
Aan de Denen hoef je ook niet te vragen over hun ervaringen met nieuwe treinen die allerhande mankementen hebben in het begin. Treinen van het type IC4 waren aangekocht bij AnsaldoBreda (precies die ja), nog vóór de NS de V250 (Fyra) aanschafte en toen al wist iedereen: dit is een stuk ellende op rails. De IC4'tjes staan nu allemaal aan de kant weg te roesten en binnen enkele jaren worden ze allemaal definitief uit de dienst genomen. Hopeloos. De trein die hier afgebeeld staat is géén IC4 - het is een "Deense neus" (naar Belgische begrippen, omdat hetzelfde model treinen in België als eerst in Denemarken te zien waren) en deze rijden al enkele decennia. Zij wel.

Mijn nachtbus vertrekt vanaf de binnenplaats van het treinstation, en het is weer zo’n rit waar je nauwelijks in slaap kan raken omdat er steeds mensen in- of uitstappen en de deur van het toilet nooit echt helemaal lekker sluit en onderweg de hele tijd openklapt en beukt tegen de wand van de bus. Heerlijk. Tussen Flensburg en Kiel kom ik wat aan de praat met een paar studenten die naar Kiel toe moeten. Flixbus is voor hen een stuk goedkoper dan de trein, en in de avond zijn er geen directe treinen meer naar Kiel, dus de keuze is snel gemaakt. Later komt er een andere Duitser naast me zitten die uit Kiel komt en helemaal naar Bochum toe moet voor de liefde. Je moet er wat voor over hebben, maar als er een relatief goedkope directverbinding voor is…

Niederrhein verkennen onderweg naar Nederland

Aankomst in Düsseldorf in de ochtend, net na zessen, maar wel stipt. Het is nog helemaal donker en dat gaat natuurlijk niet helpen voor wandelingen. Ik wil de wandeling beginnen in Duisburg, maar als ik de eerste de beste trein daar neem, is het nog steeds donker wanneer ik aankom in Duisburg, dus besluit ik maar om een uurtje in Düsseldorf te blijven en wat ontbijt te nemen en uit mijn boek te lezen.

De trein die ik dan neem naar Duisburg is de trein naar Arnhem en veel plaatsen zijn al bezet op deze vroege maandagochtend. Het is wel een kort ritje, dus echt lang ‘genieten’ kan ik niet zo van deze rust. Duisburg Hbf daarentegen lijkt verhoudingsgewijs wel drukker dan de trein waar ik net ingezeten heb. Het is maar een apart station, waarbij ik eigenlijk helemaal niet terug kan vinden waar de hoofdingang is. De enige ingang die ik vinden kan is deze aan het uiteinde van de perrons, buiten de hoofdperronoverkapping, waarde bussen, trams en metro’s nogal verborgen opgesteld staan. Het hele stationsplein is daarnaast ook nog eens een grote bouwput.

Duisburg Hbf, in de ochtend.

Van grote stations vind ik het altijd maar moeilijk om te bepalen waar je naartoe moet. Op zich is mijn richtingsgevoel niet fantastisch, en dat komt zich helemaal tot uiting op het grote stationsplein van waaraf ik een bepaalde weg in moet lopen, maar ik kan de weg in kwestie niet vinden, waardoor ik uiteindelijk de verkeerde weg in loop, maar op de één of andere manier wel uitkom op mijn bestemming: een metrohalte nabij Steinsche Gasse. Mis hierdoor wel wat potentieel interessante gebouwen, maar ik loop – omdat ik gemerkt heb dat ik eigenlijk nog best veel tijd over heb gehouden – nog wel een rondje om onder meer de kathedraal eens goed te bekijken.

De binnenstad van Duisburg

Na het rondje is het tijd voor de tram naar Tiger & Turtle, wat nogal een aparte naam is voor een kunstwerk die voor Duisburg toch wel een beetje als een beeldbepalend ding wordt beschouwd. De tram is eigenlijk niet zo heel erg druk tegen deze tijd, maar ja, waar de tram heengaat is eigenlijk alleen maar naar plekken waar het inklokmoment allang afgelopen is: één groot industrieel gebied, met allemaal gigantische fabrieksterreinen en wat allemaal niet waarmee de Kohlenpott en het Ruhrgebiet in het algemeen altijd geassocieerd worden. Ik heb van de tram verwacht dat deze hoe dan ook overal stoppen zou, maar dat doet deze tram precies bij mijn halte niet, waardoor ik een stuk terug mag lopen.

Even buiten Duisburg, in de ware Kohlenpott.
Industrie I tell ya.
Tiger & Turtle.

Tiger & Turtle staat bovenop een heuvel en die heuvel is te beklimmen in een spiraal, dat wil zeggen dat je steeds rondjes moet lopen om de berg op te komen. Ik heb zo lang niet, dus besluit ik om maar een snellere route uit te vogelen, namelijk door de heuvel rechtdoor te beklimmen, door het verzamelingetje aan bomen en over de aarde, maar ja, het heeft geregend en de grond is vochtig geworden en daarmee glad, waardoor ik eigenlijk gewoon de hele tijd uitglijd. Ik gebruik bomen en stammetjes om me aan vast te houden (en om me mee af te zetten) maar soms verlies ik toch mijn evenwicht en glij ik weer omlaag. Ik beperk de schade dan nog door van mijn vingers ‘klauwen’ te maken en zo het verder glijden te voorkomen, maar ja, daar worden mijn vingers, schoenen en broek best vuil van. Hoe dan ook: ik kom op een gegeven moment helemaal boven en ik heb een mooi uitzicht over de stad en de regio. Het is echt een gigantische industriële regio met wijken waar ik me van afvraag hoe de meerderheid van de bewoners van de huizen die vlak naast die staalplantages en wat allemaal nog meer nog niet allemaal dood zijn aan diverse soorten kanker. De weg naar beneden is zowaar net zo’n feest als de weg naar boven, alhoewel het moeilijker lijkt omdat je de zwaartekracht anders moet interpreteren. Je kunt je afvragen: wat is dat voor onzin? Wel, als je probeert om rechtdoor een heuvel af te lopen heb je waarschijnlijk een grotere angst om voorover te vallen en de ellende in te duiken met allemaal bomen, takjes en wat nog niet meer op de bodem, dan wanneer je achteruit de heuvel af probeert te lopen; dezelfde manier waarop je de heuvel omhoog bent gekomen. Enfin, de paden van de heuvel van Tiger & Turtle zijn zo lang en vaag neergelegd dat ik de hele spiraal niet afloop en door de aarde direct naar de tramhalte toe ga. Het oude trammetje brengt me naar het eindpunt van de lijn Mannesmann Tor 2, waar ik een overstap heb van de tram met kwartierdienst naar een bus met uurdienst, langs de vele fabrieken, een bushalte met de naam ‘Plastic’ en over de Rijn, richting Uerdingen.

Een tram vanuit Mannesmann Tor 2.

Uerdingen is best een aardig voorstadje van Krefeld met her en der toch wat monumentjes en verder een degelijk overkomen. Ik zal er niet veel tijd besteden, omdat ik hier direct overstap op de tram naar Krefeld. Eigenlijk vond ik het nog een verrassing dat er überhaupt een tram te vinden is, net zoals dat er een tram van Duisburg naar Dinslaken toe rijdt, maar het OV in de Kohlenpott is af en toe nog uitgebreider dan ik zelf kan inschatten. Waar de industrie zoal niet goed voor kan zijn.

Krefeld
Meer Krefeld.
In Nordrhein-Westfalen rijdt nog een hoop oude trams en metro's, maar deze trams in Krefeld vormen hier wel een uitzonderingetje op..
Nordwestbahn in Krefeld Hbf.

Voor aankomst in Krefeld Hbf stap ik onderweg nog een paar keer uit om wat van Krefeld te zien, maar uiteindelijk is het toch tijd om het ergens toch best mooie hoofdstation van Krefeld aan te doen om op te stappen op een stoptrein van de Nordwestbahn. Dit dieseltje van het type Lint zal ik gebruiken tot aan Geldern. In Geldern zet ik mijn eerste voetstappen binnen Niederrhein per trein, om al vlot na die eerste stappen een snelbus te nemen naar Kamp-Lintfort, waar ik over moet stappen op een bus naar Rheinberg, ook in Niederrhein. Die overstap is erg lang, dus zie ik kans om een bezoekje te brengen aan de Real om wat koopjes te doen die normaliter niet in Nederland gedaan kunnen worden.

Niederrhein is één van de regio’s die ik eigenlijk al enkele jaren lang bezoeken wil, maar tot nog toe niet gedaan heb omdat ik in de loop van de jaren andere bestemmingen de voorkeur heb gegeven, samen met een aanhoudend credo ‘van uitstel komt afstel’. Het gebied is lang niet zo aantrekkelijk geweest om naartoe te gaan op prijsvlak omdat het tariefsysteem relatief gezien een uitstapje vrij duur maakt. Niederrhein valt, net als een groot deel van Nordrhein-Westfalen onder het ‘Verkehrsverbund’ VRR, wat maakt dat alles dat binnen dat verbond eigen prijzen hanteert voor alles dat met ‘Nahverkehr’ te maken heeft. De VRR hanteert, net als alle andere verbonden trouwens, ‘Preisstufen’, die (veralgemeniseerd) eigenlijk gewoon het aantal zones (‘Waben’) inhouden. Enkele jaren terug waren er vijf Preisstufen, van Preisstufe A (binnen één zone) tot Preisstufe E (alle zones). Preisstufe D sloeg dan op ongeveer 75% van het ‘Geltungsbereich’ van de VRR vanuit het westen gezien, óf ongeveer 75% van datzelfde ‘Geltungsbereich’ vanuit het oosten gezien, wat eigenlijk gewoon nergens op sloeg. Dat heeft men bij de VRR zelf ook ingezien en vandaag de dag zijn er maar vier Preisstufen, waarbij sinds december 2017 Preisstufe C een eigenaardigheid heeft gekregen, waarbij er nieuwe zones zijn gevormd, met daarbinnen óók zones, wat maakt dat je evengoed een dagkaart kunt kopen voor een kleinere ‘regio’ dan enkel voor het hele VRR, en een grote gebied hebt dan enkel een gebied van twee aaneengesloten zones vanaf de zone waaruit je begint. Enfin, Preisstufe C is interessant geworden, maar ik heb er op het moment van reizen niet zoveel aan gehad omdat ik vanuit Düsseldorf helemaal naar Nijmegen toe moest, en ja, Nijmegen maakt deel uit van de VRR, net als Arnhem, Millingen aan de Rijn en ’s-Heerenhoek.

Los van het prijsverhaal: Niederrhein vind ik zo interessant om te zien, omdat het eigenlijk heel Nederlands aanvoelt als ik puur naar de kaart kijk en foto’s bekijk van de plaatsjes die er liggen. Namen als Kleve, Geldern, Goch, Kevelaer, Kerken en Kempen klinken ook hartstikke Hollands, al dan niet met een klein beetje verduitsing. Een stukje van dit gebied was na de Tweede Wereldoorlog een tijdje Nederlands geweest, namelijk Elten en Tüddern, nadat eerder het zogeheten Bakker Schut-plan volkomen genegeerd werd door de geallieerden, waarin gepropageerd werd om een veel groter gebied te claimen, bestaand uit alles ten westen van de rivier Weser en de Rijn, dus inclusief steden als Keulen en Münster. Dromen mag natuurlijk, maar het verdrijven van miljoenen Duitsers viel niet zo in de smaak geloof ik. Uiteindelijk werden beide gebieden teruggegeven aan Duitsland, weliswaar nadat Duitsland een ‘Wiedergutmachung’ à 280 miljoen Duitse mark had betaald aan Nederland.

Carnaval wordt in Rheinberg schijnbaar wel gevierd.
Een net centrumpje toch wel.
Het zou eigenlijk net Nederland geweest kunnen zijn.
Ware het niet dat Rheinberg wel degelijk in Duitsland ligt. De bushaltebordjes verraden alles eigenlijk ook al.
Je moet maar een vrijheidsbeeld in je achtertuin willen.

Terug naar waar ik gebleven was: Rheinberg. Het is een klein plaatsje dat een eigen treinstationnetje heeft op de lijn tussen Duisburg en Xanten en net als enkele andere plaatsen binnen Niederrhein is van bovenaf te zien dat hier vroeger een stadsmuur gelegen heeft. Het is een schattig dorpje met een lokaal sfeertje en ik hoop eigenlijk meer van ditzelfde tegen te komen bij toekomstige bezoeken aan dit gebied, want ondanks dat ik na Rheinberg nog naar Xanten toe ging, begon het flink te regenen, wat maakte dat ik maar direct doorreed naar Kleve, om daar een half uur te wachten op de bus naar Nijmegen.

Het stationnetje in Rheinberg maakt deel uit van een enkelsporig lijntje tussen Duisburg en Xanten, via (de) Alpen als curiosum, alsof de naam 'Xanten' nog niet genoeg een curiosum is met zijn unieke beginletter.
Xanten, vlak voor de regenbui.

Tijdens het wachten op het station van Kleve is het inderdaad flink aan het hozen, maar wat me meer opviel is dat het spoor daar een enorme vuilnisbelt is, waarbij iedereen aan het einde van de lijn zijn afval neerpleurt. Niemand geeft er schijnbaar iets om, en niemand wil het ook opruimen. In deze regio heeft de jeugd een groep problemen, en die bestaan vermoed ik zo uit verveling, drank en andere dingen die verboden zijn. Nog eerder, terwijl ik aan het wachten was op het station van Rheinberg, zat er een ventje naast me van volgens mij nog niet eens 16 jaar oud die rustig shag aan het draaien is alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Volkomen van het padje af, maar het kan ook maar aan mijn beperkte wereldje liggen waarin dit enigszins een taboetje is. Ik denk vooral het laatste.

Station Kleve, tijdens de regenbui.
De 'gelegitimeerde' vuilsnisbelt van het eindpunt.

Ik blijf die busrit naar Nijmegen toch erg lang duren – het duurt iets minder dan een uur om van Kleve naar Nijmegen te komen en voor een snellijn is dat eigenlijk onaanvaardbaar, zoals deze wordt gepropageerd (SB58, wat ook een grappig lijnnummer is, omdat SB evengoed ook 58 had kunnen zijn, waarbij de S de 5 is en de B de 8). Och, als die spoorlijn tussen Nijmegen, Groesbeek, Kranenburg en Kleve toch weer in gebruik zou zijn voor reizigersverkeer… dan moeten de inwoners van Groesbeek toch wel hun NIMBY-toewijding verloren hebben eer dat zo ver zal komen. Arnhem-Emmerich is alvast een goed voorbeeld van zoiets dat nu weer opnieuw ingesteld is. Ik mag in ieder geval nog eens twee uur lang gaan reizen als een bonusje, van Nijmegen naar huis, maar ik voel me alvast weer een beetje thuis, zo in een eeuwig oud aanvoelende VIRM met die paarse pluche zetels.