zondag 29 juli 2018

21-22 juli 2018 - Franse Ardennen (of toch niet)

Ik heb een tripje van Dinant naar Bouillon in gedachten tijdens het weekend van de Belgische nationale feestdag, met een grote omweg via de Franse Ardennen. De Belgische Ardennen zijn ken ik nu wel, maar de Franse nog niet en die zijn precies de reden waarom ik deze tocht maak. De leidraad van de tocht zijn plaatsjes die langs de Maas liggen in Frankrijk, tot aan Charleville-Mézières, met Sedan en Bouillon erbij. Het plan is echter niet gelopen zoals het zou moeten lopen: het oorspronkelijke plan kon al in het begin de prullenbak in en een geïmproviseerd radicaal plan B moest de dag (en daarmee het hele weekend) redden: dat onder een felle zon en met een middelzwaar gevulde backpack.

Om te beginnen, even wat sfeerplaatjes van de Franse Ardennen.

De vinger van Givet, die de loop van de Maas volgt, heeft veel schilderachtige dorpjes. Haybes hier, is er één van.
Tijdens de wandeling van Haybes naar Fumay moet je een heuvel over om aan de andere kant van de meander te komen.
Fumay heeft een beetje een uitstraling van een bergdorpje.

Het oorspronkelijke plan

Ik heb gewoon werk op vrijdag, maar de wandeling begint op zaterdagochtend in Dinant en een nachtbus (Flixbus) vanuit Amsterdam naar Brussel-Zuid. Mijn eindhalte is Brussel-Zuid en niet Brussel-Noord, dat vrij recent in het nieuws is omwille van illegalen en andere criminelen die de bussen staan op te wachten om de reizigers te beroven – dit is de chauffeurs ook niet ontgaan. De vroege aankomst in Brussel maakt het mogelijk om een trein te nemen richting Dinant, waar ik normaliter een aansluiting kan genieten op de eerste bus van de dag van lijn 154a richting Givet, die normaal gesproken op zaterdag rijdt om 8:52. In Givet heb ik dan een trein om 10:46, om dan daar enkele treinen te nemen naar respectievelijk Haybes, Fumay, Laifour en Charleville-Mézières. Na een overnachting aldaar, ga ik per trein naar Sedan en daarna met een bus van de lijn TAD 11 (soort van belbus, behalve dat je die ook in een webformulier kan reserveren) weer terug naar België, richting Bouillon. Na Bouillon is het weer tijd voor de bus, richting Libramont, waar ik weer terug moet naar Brussel. De voorziene aankomsttijd daar is zodanig laat, dat ik niet meer (op dezelfde dag) in Nederland zou kunnen komen per gewone intercity, dus heb ik een rit in de laatste Thalys van de dag geboekt, die net iets later vertrekt dan de intercity en ook nog in totaal goedkoper is dan de gewone intercity. Het laatste stukje zou met de één na laatste sprinter van de dag moeten plaatsvinden.

De heenreis (en waar het allemaal scheef liep)

Normaal gesproken kom ik na een lange dagtocht of reis laat in de avond of vroeg in de nacht weer aan op station Zandvoort, maar nu vertrek ik juist op dat moment, gek genoeg. Het is tegen half twaalf en het is best druk op het station. Gezellig druk, dat wel, alsof iedereen tegelijk naar huis toe wil op dit tijdstip. Zodra het half twaalf is begint het langzaam toch wat onrustig te worden, want de trein staat nog niet aan het perron. Met een vertrektijd van 23:35 is dat reden genoeg om te vermoeden dat de trein vertraagd is, terwijl de vertrekdisplays en ns.nl er niets over zeggen en in plaats daarvan na een tijdje de trein van 0:05 te tonen, alsof de trein gewoon vertrokken is. Een beetje verdergaand onderzoek op basis van de vertrektijden in Overveen levert op dat de trein uit Amsterdam 12 minuten vertraagd is en dat de trein hiervoor is uitgevallen. Dat verklaart de drukte en de afwezigheid van de sprinter. Met +8 vertrekken we dan toch maar voor mij is die vertraging geen reden tot onrust: mijn aansluiting op de nachtbus is een half uur.

De halte voor de langeafstandbusverbindingen op station Sloterdijk staat aan de andere kant van het spoor dan waar de gewone bus- en tramhalte staat terwijl deze vroeger – dacht ik – op de weg stonden vlak vóór de hoofdingang. Bij het aanrijden van de bus is onder het compacte groepje maar één medereiziger die ook Nederlands is, maar beide chauffeurs zijn wel Nederlands, zoals altijd eigenlijk. Bij de bus gaat direct al iets fout: ik word de toegang tot de bus ontzegd omdat mijn e-ticket de verkeerde datum heeft. In plaats van een ticket voor zaterdag 0:30, heb ik een e-ticket voor vrijdag, waarbij ik tijdens de aankoop er vanuit gegaan ben dat het voor de nacht van vrijdag op zaterdag zou zijn. Ik heb genoeg contant geld mee en ik kan zo toch nog tegen boordtarief (à 29,99 in plaats van de 12,99 van tevoren) mee naar Brussel. Als ik deze bus niet zou kunnen nemen, zou ik ten eerste mijn hele plan niet uit kunnen voeren en ten tweede niet meer thuis komen omdat op dat moment de laatste trein naar Zandvoort al vertrokken is. Misère, maar ik kan mee. In Rotterdam stappen nog meer Nederlanders op en met één van hen heb ik een tamelijk diepgaand gesprek over het hebben van spijt. Alleen in het holst van de nacht in een rijdende bus kun je die dingen hebben…

Bij aankomst in Brussel kan ik drie kwartier wachten op de trein naar Dinant. Er staat een TGV klaar en de eerste personeelstrein is ook klaar om te pendelen. Het ritje met de eerste trein naar Dinant van de dag per Desiro verloopt rustig, er is bijna niemand aan boord, maar gedurende de tocht kom ik erachter dat ik mijn OV-chipkaart ben kwijt geraakt, wat een enorme doffer is, naast dat verkeerde e-ticket. Het betekent dat ik de kaart moet blokkeren en een nieuwe aanvragen. Een beetje opzoekwerk toont me dat dit 11 euro kost, wat bizar veel is voor een kaart die minder dan een euro kost om te fabriceren. Het betekent ook dat ik na thuiskomst een aantal dagen losse kaartjes moet kopen om op het werk te kunnen komen, omdat mijn abonnement hiermee natuurlijk ook foetsie is. Ook bedenk ik me: voor de terugreis heb ik mijn e-ticket geboekt voor de Thalys van Brussel naar Zandvoort waarbij ik aangegeven heb met korting binnen Nederland te reizen. Die korting kan ik niet meer hardmaken, dus zal ik voor dat stuk Amsterdam-Zandvoort ook een los kaartje moeten kopen… Thalys hanteert zijn eigen tarief, waardoor ik hier zonder problemen mee kan rijden en de Thalys is ergens ook mijn redding geweest, zo bedenk ik me achteraf, want als ik gekozen had voor de gewone intercity, zou die korting ook daar van toepassing zijn en dan zou ik hier illegaal mee reizen…

Ondanks de rust krijgen we het toch voor elkaar om met +4 in Dinant aan te komen. Het is een apart station toch, met een enorme passerelle die gebouwd is, maar niemand gebruikt het, omdat met het lage perron en de betonnen blokken tussen het spoor die een soort pad vormen, gewoonweg het beklimmen van die passerelle ronduit belachelijk maken.

Een rijtje bussen op het station van Dinant, die nog niets hoeven te doen in de ochtend.
Een L-trein naar Libramont vertekt uit het station van Dinant.
Een ICT uit Houyet. Deze trein zou uiteindelijk door onduidelijke redenen met 12 minuten vertraging vertrekken naar Houyet.

Het wachten is nu op de bus van 8:52 naar Givet, maar na even wat rondgewandeld te hebben in Dinant, waarbij ik geconstateerd heb dat de boulevard nu af is en mooi is geworden, controleer ik mijn reis op nmbs.be, maar daar zie ik mijn bus niet tussen staan. Zal wel een fout zijn of zo, maar als ik de haltebordjes en de dienstregelingen daarop zie, herinner ik me: het is 21 juli, dat is een feestdag, dus rijden alle bussen volgens de zondagdienstregeling! Resultaat: de bus van 8:52 rijdt niet, en de volgende gaat pas om 11:52. Dat is recht toe recht aan een drama voor mijn plan, omdat zo alles in het water valt (bij een gebrek aan water voor weken): de bus van 8:52 heeft een aansluiting op de trein vanuit Givet richting Charleville-Mézières van 10:46, maar de bus erna van 11:52 heeft dan precies geen aansluiting op de trein van 12:13 en de volgende trein rijdt pas om 17:09… volkomen waardeloos! Zodoende kan ik mijn tochtje naar al die Franse plaatsjes langs de Maas voorlopig vergeten en besluit ik maar het hele eind te gaan lopen langs de Maas, net zo lang tot ik de eerste bus tegenkom. Het idee komt op om te gaan liften, maar niemand wil stoppen, dus geef ik ook dat idee maar op. Ik heb een deel van de route al gelopen over de oever aan de zijde van de spoorlijn tot Anseremme, dus dat was al soort van bekend, maar nu zou ik verder gaan lopen, daadwerkelijk langs de oude spoorlijn 154. Die spoorlijn is helemaal begroeid, maar de vele rotsformaties erlangs en zelfs een uitgehakte tunnel waar de lijn doorheen loopt die ik zo binnenlopen kon maakt dat deze wandeling toch best vet is geworden. Onderweg passeer ik nog een kasteel (Château de Freÿr) en een schattig uitziend dorpje met de naam Waulsort. Het dorpje trekt me wel aan qua hoe het eruit ziet en als ik meer het centrum in loop zie ik tot mijn verrassing dat er een oud treinstation is, met oorspronkelijk naambord en een duidelijk zichtbaar perron. Het is ergens wel jammer dat hier geen treinen meer rijden, ook niet meer voor toeristische doeleinden, want ondanks dat dit een dunbevolkt gebied beslaat, is het wel een mooie lijn die een aansluiting kan bieden voor twee spoorlijnen, alhoewel ik denk dat het eerder vervelend wordt als je zo drie kaartjes moet kopen die je niet aan één automaat kopen kan. In Waulsort praat ik wat met een inwoner en neem ik uiteindelijk de bus tot aan Heer-Agimont, waar ook zo’n station van de oude lijn 154 staat. Ik neem er een pauze en ik loop verder de grens over naar Givet.

Ondanks dat de route op papier saai is (de hele tijd op de weg lopen, alsof dat leuk is), loop je wel hier de hele tijd langs de oude lijn 154 en onderweg passeer je wel een spoortunnel. Echt over het spoor lopen zal niet lukken: alles is overwoekerd.
Château de Freÿr
Nog een verrassing: de voormalige stopplaats Waulsort, met het perron nog goed zichtbaar en het haltebord.
Waulsort is eigenlijk best een kek dorpje, met schattige huisjes, een voetveertje en overal bloemen, iets dat kenmerkend is voor de dorpjes die hier langs de Maas liggen.

Gedurende het vervolg van de hele wandeling krijgt mijn camera kuren: bij het inzoomen wordt het beeld vaag en des te langer ik loop, des te hardnekkiger het probleem wordt. Ik kan niet meer inzoomen voor foto’s en later zou zelfs de lens niet meer intrekken door een lensfout. Het is het moment dat mijn camera onbruikbaar wordt (RIP) en ik alle foto’s met mijn telefoon moet nemen (die overigens niet slecht zijn). Het is het dieptepunt van de verzameling dingen die tijdens deze heenreis verkeerd zijn gegaan.

Ik ben eerder in Givet geweest, maar nu ben ik er wanneer het er regent. Regen! Normaliter vertrekken Nederlanders richting warme landen als Spanje om de zon tegemoet te treden terwijl het in Nederland veelvuldig regent, maar nu is het precies andersom: naar de regen toe reizen terwijl het in Nederland gortdroog en heet is.

Givet, net als de vorige keer, maar dan met dreigende lucht.

In Givet bezoek ik een boulangerie waar ik wat hartige snacks en blauwe chocolaatjes (de gedachte van de ‘pierres bleues’) voor vanavond koop. Geen bezoek aan Frankrijk zonder bezoek aan de boulangerie. Het is een bijzonder dorpje toch, waar de bezoekers aan de boulangerie (lokale bevolking) mij spontaan in het Engels (!) te hulp schiet. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt in Frankrijk, maar voor alles een eerste keer, denk ik zo.

Na een tijdje loop ik naar het station en daar heb ik een heel uur om vrij te spenderen, omdat er gewoonweg niks rijdt tot 17:09. Het is een bescheiden gebouw van toch wel enige grootte, dat suggereert dat er vroeger wel douanefaciliteiten in gezeten zouden kunnen hebben, alhoewel het er zo heel oud nog niet uitziet. De deuren suggereren wel enige leeftijd en de wachtruimte meurt. Tijdens het wachten besluit ik om toch maar twee dorpjes te bezoeken onderweg, omdat de dienstregeling en het daglicht mij dit nog toelaten en omdat ik genoeg vertrouwen heb dat de laatste trein van de dag om 19:13 uit Givet wel zal rijden. Ik koop de kaartjes aan de TER-automaat, die ik nog steeds ronduit gek vind met het grote stroeve draaiwiel. Het uur wachten is een goed moment om de vervelende zaken van de scheef gelopen dingen te regelen zoals het blokkeren van de verloren OV-chipkaart en het aanvragen van een vervangende kaart. Het station is bemand, maar het loket is gesloten. Er is een vrouw binnen bij de computers aan het breien om de tijd te doden (als er zo lang geen trein rijdt, tja...), maar zodra zij een telefoontje krijgt komt zij prompt naar buiten om helemaal naar het einde van het tweede perron te lopen, een seinhuis te beklimmen en de mechanische seinen om te zetten zodat de trein kan vertrekken vanaf spoor 2, het spoor dat direct tegen het stationsgebouw aanligt, terwijl er eigenlijk geeneens spooraanduidingen zijn op het hele station. De trein staat ergens geparkeerd, ver weg op een rangeerterreintje waar de sporen helemaal gecamoufleerd zijn door gras, maar eens het sein veilig is gegeven, komt deze rustig aanzetten om na een korte halte te vertrekken. Het is een echt boemeltreintje dat langzaam langs de Maas tuft. Het is dan wel een heel vrolijke boemeltrein met overal bestickering met fel geel, blauw en groen, kinderen met ballonnen en wat allemaal niet om het idee te geven dat ze helemaal top zijn. Het geheim: het interieur is in ieder van deze treinen identiek, waar dan ook in Frankrijk en dat is dan wel weer saai.

Het kleurrijke stoptreintje van de intussen niet meer bestaande regio Champagne-Ardenne, te Givet.
Het station van Fumay.

Ik verlaat de trein in Haybes, een stationnetje dat aan de niet-bewoonde buitenkant van een meander ligt. Er ligt een brug die naar de binnenkant van de meander toe loopt, daar waar het eigenlijke dorp ligt. Het is een klein maar fijn, mooi en vredig dorpje, waar de deuren gewoon open staan en het lekker rustig is. Geen snelwegen in de buurt, enkel de Maas. Het lijkt mij een mooie plek om een vakantiehuis te hebben, voor verschillende fietsvakanties of zoiets. In de twee uur die ik heb tussen de twee treinen in, loop ik verder naar Fumay, ook een mooi dorpje dat toch weer net even iets anders aanvoelt, wat meer rauw-heuvelachtiger, met trappen om bij de opvallende kerk te komen, via kleine steegjes. Wat beide dorpjes verder wel gemeen hebben, zijn de grote hoeveelheden aan bloemen, decoraties aan de huizen en de hôtels de ville. Ik word eigenlijk wel benieuwd of die vreugde ook heerst bij de andere dorpjes langs deze spoorlijn, maar omdat het plan al rijkelijk in de soep is gelopen, zal dat niet meer gaan. Het eindpunt is het station van Fumay, met een typisch stationsgebouw zoals je die niet zo vaak meer ziet in Nederland. Het kleurrijke stoptreintje komt al toeterend aanboemelen en zo tuft het rustig door het mooie landschap.

Eindbestemming Charleville-Mézières is eentje met een beetje allure op z’n Frans: een dak met een open driehoekig dak. Zes sporen, een groot stationsgebouw en een over het algemeen prettige wachtruimte met gratis Wifi. Met een beperkt treinaanbod is het bieden van degelijke wachtfaciliteiten wel een vereiste.

Charleville-Mézières.

In de avond is het onderwerp van gesprek bij het verblijf taal en cultuur. Ook nu weer, alles in het Frans. Voor het oefenen van het Frans is deze reis wel een waardevolle mogelijkheid geweest, ondanks alle tegenslagen er naartoe. Het lijkt wel mijn geschiedenis met het Frans wel, waarbij ik het een jaar de kans gaf, het genadeloos omruilde voor Duits, om daarna als soort karma niet om het Frans heen te kunnen omdat er kortstondig een Franstalige vriendin in mijn leven kwam. Ach ja… het leven kan gek lopen.

De terugreis

Het is zondag, en de Fransen zouden niet Frans zijn als er geen uitgebreid ontbijt zou zijn met stokbrood, croissants, rozijnenbroodjes, jam etc. Eigenlijk zou er ook nog een bak koffie bij moeten, maar omdat bij mij koffie er niet in gaat, wordt het maar thee. Het fundament voor deze laatste dag (niet alleen voor dit weekend, maar ook voor mijn camera) is gelegd en dan wordt het tijd om Charleville-Mézières en de citadel aldaar te verkennen. Na een rondje om de vestingwallen, is de laatste hotspot het Place Ducale. Eigenlijk is er niet zoveel te zien in Charleville-Mézières, evenmin in Sedan (de volgende bestemming), maar beiden vormen samen een mooie corridor voor naar Bouillon, terug in België.

Ik heb mijn eigenlijk voorziene trein gemist omdat het ontbijt wat uitliep en omdat ik geen zin heb om te haasten, maar de dienstregeling staat het deze keer toe om iets later te vertrekken, met de consequentie dat ik minder tijd in Sedan heb, maar daar is zowaar nog minder te zien dan in Charleville-Mézières, op het grandioze kasteel dat gebouwd is op een grote, hoge vestingmuur na.

Le Tour du Roy
Het Place Ducale is omgetoverd tot een klein tropisch strandje in de zomer.
Binnenstad.
Intercités, niet met een getrokken trein zoals ik eigenlijk stiekem gehoopt heb. Dan is dit nog een minuscuul treintje dat nog minder zitplaatsen heeft dan een gemiddelde TER...
Station Sedan, een nog kleiner stationnetje dan ik zou verwachten voor een TGV-halte.
Gelukkig heeft Sedan wel een machtig stationsgebouw.
Sedan staat bekend om het enorme geforticeerde slot.

Vanuit Sedan wordt het lastig om weer naar Nederland te komen. Uitsluitend per trein zal ik helemaal via Parijs moeten met TGV, Thalys en diverse stoptreintjes, of via Luxemburg met enige pijn en moeite. Toevallig weet ik dat er een verbinding bestaat tussen Sedan en Bouillon met een soort van belbus die TAD (Transport à demande) heet. Deze lijn 11 kan voor enkele ritparen tot enkele dagen van tevoren voor de zondag gereserveerd worden en dan kan ik als student voor 1 euro hiermee België in komen. Een bestelbusje staat mij op te wachten aan het station met het logo van de vervoerder (RDTA) erop, maar verder niet zo veel andere indicaties dat dit de bus naar Bouillon is. Het moet gezegd dat bij het reserveren van deze bus het heel erg moeilijk is om te achterhalen waar de bus nu eigenlijk precies stopt. Er zijn geen exacte locaties, op enkele straatnamen of plaatsen na die eigenlijk te vaag zijn om er een bushalte mee te kunnen vinden. De naam Gare SNCF in Sedan is echter wel duidelijk genoeg om terug te kunnen vinden, al is Rempart in Bouillon met wat moeite ook nog te vinden, alhoewel het wel wat inlevingsvermogen nodig heeft. De bushalte die hierbij hoort heet eigenlijk voluit Quai du Rempart, alhoewel het bord van de halte slechts ‘Rempart’ aanduidt. Het busje vertrekt direct na mijn aankomst, wat maakt dat we 10 minuten te vroeg vertrekken en ook een kwartier eerder aankomen. Niet dat ik dat erg vind: des te meer tijd om te wandelen.

Een busje van TAD 11, te Bouillon Quai du Rempart
Het kasteel van Bouillon.
De meander van de Semois, waar Bouillon precies in ligt, na een behoorlijk uitputtende klim in de hitte.

Ik heb niet echt een plan voor Bouillon, maar wel heb ik een idee van wat er kan doen. Ik kan de heuvel van het kasteel beklimmen, maar ik kan ook het dal uitklimmen om een van een uitzicht te genieten over de hele meander waar Bouillon middenin ligt. Het is een behoorlijke klim en dat maakt behoorlijk moe, zo onder die hoge temperaturen, maar ik heb het overleefd (inclusief de toren en de weg naar beneden). Op die momenten is het toch jammer dat de fotocamera het dan begeven heeft. Ik ben uiteindelijk een uur eerder klaar en ik kan dan zo bij de halte La Maladrerie op de bus stappen. De bus komt echter laat aan, wel acht minuten en de reden wordt duidelijk wanneer de bus stil staat. Iemand staat binnen op en trekt de deur van de bus zelf open: er is een elektronisch probleem waardoor de deuren zelf niet meer kunnen openen en dat verlengt de rittijd nogal. Onderweg stapt er nauwelijks iemand in of uit, met uitzondering van de halte Grand Place in Bertrix.

In Libramont komen we op tijd aan en de bekoelde wachtruimte met open loket en een gratis toilet zijn een zegening voor eender wie onderweg is in gebieden als deze. Een lange rit staat te wachten voor een veel te kort treintje (een drieledige MS96 in de spits, dat kan alleen maar goed gaan): de intercity naar Brussel heeft twee uur nodig om vanuit Libramont in de hoofdstad te komen. Bij het instappen is de trein al best druk en dan vrees ik Namur alvast. De eerste halte Ciney valt nog mee, maar stilaan begint het al ernstiger te worden. Zodra Namur bereikt wordt, is de trein propvol. Een enkele staander bij de deur profiteert van de drukte, omdat hij het ietwat verborgen stopcontact onder de noodrem gebruikt om zijn telefoon mee op te laten. Hij kan het apparaat gewoon in de bagagerekken laten en zo het altijd in de gaten houden. De conducteur heeft de drukte ook gemerkt en hij adviseert de reizigers dat degenen die nu in de eerste klas gaan zitten, een toeslag riskeren van vijf euro. Geen gratis eerste klas dus, maar ja, vijf euro… het lijkt wel een nieuw soort verdienmodel. Alsof die conducteur ook echt gaat controleren in die drukte, maar ja, als hij zich oponthoudt in de eerste klas, dan kan hij daar wat vrijelijker zijn gang gaan. In Ottignies stroomt de trein voor de helft leeg, maar helaas stroomt er ook weer evenredig veel reizigers de trein weer in. Dan begint in Brussel-Luxemburg het sarcasme bij de conducteur toe te slaan. Eerst laat hij zijn vrouwelijke collega de omroepen doen in het Nederlands, maar vlak na vertrek komt alleen in het Nederlands “We zijn net op tijd vertrokken!” door de speakers schallen. Een halte later, in Brussel-Schuman roept de man meer nuttige info om: “Voor uw inlichtingen: het treinnummer is 2140 en de website is nmbs [pwà] be”. Ach ja, en desondanks zijn we wel op tijd aangekomen. Voor mij begint het lange wachten nu. Anderhalf uur heb ik om te doden in Brussel en ik besluit om maar kort het centrum door te struinen. Ik herinner me direct weer waarom ik zo’n ontzettende hekel aan deze stad heb. Het weigeren van het personeel op de stations om in het Nederlands te praten en de altijd aanwezige pislucht. Waarbij vandaag alles goed ging en ik een goed gevoel overgehouden heb aan de reis, raakt deze weer vergald in Brussel. Ach ja, ik zal blij zijn dat ik weer thuis ben.

Voor de Thalys heb ik een stoel toegewezen gekregen in het achterste rijstel, dus helemaal aan het uiteinde van het perron in de open lucht. Daar is het wel rustig wachten en wanneer de trein aan komt rijden is het ook rustig met betrekking tot passagiers. Die rust zal niet lang duren, omdat het rijtuig in kwestie een probleem heeft met de airco, waardoor het tot een sauna is verworden. We worden aangeraden door het personeel om het rijtuig te verlaten en om maar ergens te gaan zitten. Zo geschiedde. In Antwerpen stroomt de trein beter vol, veelal met passagiers die eigenlijk met de gewone intercity mee zouden gaan, maar omdat die met +30 aangegeven heeft gestaan op de vertrekdisplays (terwijl deze eigenlijk op tijd heeft gereden), zijn die maar gewoon met de Thalys gegaan omdat die wel op tijd rijdt. Het is in ieder geval een zegening om niet te hoeven stoppen bij suffe haltes als Brussel-Noord, Mechelen, Antwerpen-Berchem, Noorderkempen (die in het bijzonder, vooral met 300 kilometer per uur!) en Breda.

Uiteindelijk komt de Thalys met slechts twee minuten vertraging aan op Amsterdam Centraal, en heb ik nog tijdens de rit een e-ticket voor het stukje Amsterdam Centraal-Zandvoort moeten kopen, want tja, de OV-chipkaart is weg en het scheelt toch weer 1 euro dan wanneer ik het uit de automaat haal…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten